Dit jaar extra veel oeverzwaluwen bij Prinses Marijkesluis

Gepubliceerd 5 oktober 2020

In 2 oeverzwaluwwanden langs het Amsterdam-Rijnkanaal bij Rijswijk (Gelderland) broeden jaarlijks 60 tot 100 paartjes oeverzwaluwen. Rijkswaterstaat vult jaarlijks voordat het broedseizoen begint, de broedwanden met klei.

In het voorjaar van 2020 werd bovendien de aanvliegroute extra gesnoeid. Rijkswaterstaat en de vogelwacht monitoren samen het gebruik. Dit jaar (2020) werden de broedwanden zeer goed gebruikt.

Kunstmatige broedwanden

Ruim 30 jaar geleden plaatste Rijkswaterstaat 2 kunstmatige broedwanden bij het Amsterdam-Rijnkanaal vlakbij de Prinses Marijkesluis. Tijdens de toenmalige verbreding van het kanaal bleek dat een kolonie oeverzwaluwen broedde in het gronddepot. Door de wanden te plaatsen kon de kolonie blijven en zich zelfs uitbreiden.

Rustige broedplaats

‘In de betonnen wand zitten gaten van ongeveer 1 meter diep’, legt Monique Bouwman, omgevingsmanager bij Rijkswaterstaat uit. ‘Oeverzwaluwen hebben als instinct om in een kleiige wand gaten te maken om daar hun nest in te leggen. We helpen de zwaluwen dus een handje door die wand en de gaten alvast voor ze te maken. Zo hebben ze een rustige omgeving om te broeden. Rijkswaterstaat hecht waarde aan het op deze manier kunnen bijdragen aan natuur en haalt daarom jaarlijks rond februari de gaten leeg en vult deze met een kleileemsoort. Zo is de wand telkens weer klaar voor het volgende broedseizoen.’

Bijzonder inkijkje

De oeverzwaluwen worden bovendien jaarlijks in samenwerking met de vogelwacht geringd. Volgens Paul van Veen, ecoloog bij Rijkswaterstaat, is het ringen van de oeverzwaluwwanden belangrijk. ‘Door jaarlijks te ringen, kunnen we zien welke vogels waar broeden, waar de dieren overwinteren en waar ze nog meer worden gezien. Het monitoren geeft een bijzonder inkijkje. Zo is er een zwaluw die elk jaar overwintert in Afrika en speciaal weer terugvliegt naar Rijswijk om te broeden.'

Meer bezet

De zwaluwenwand bij het Amsterdam-Rijnkanaal biedt de zwaluwen een vrije aanvliegroute. Bij de vijverpartij bij de noordelijke zwaluwenwand was dit in de loop der jaren dichtgegroeid. Bouwman: ‘Hier waren veel wilgen gaan groeien. De zwaluwen konden hierdoor niet meer gemakkelijk bij de wand komen en onderweg vliegjes oppakken. Afgelopen maart 2020 is daarom ruim de helft aan vegetatie weggehaald.’

Ecoloog van Veen: ‘Dat werpt direct zijn vruchten af. Tijdens het ringen van de zwaluwen bleek dat deze wand meer bezet is: van enkele broedende paartjes vorig jaar (2019) naar enige tientallen dit jaar (2020).’

Rijkswaterstaat blijft de komende tijd in de gaten houden hoe deze nieuwe situatie zich ontwikkelt. In overleg met de vogelwacht volgt een besluit of een verder deel gesnoeid wordt. Vooralsnog is de vogelwacht zo tevreden over het resultaat, dat dit misschien helemaal niet nodig is.

Bron: Rijkswaterstaat