De Wieringerhoek: een gebied vol potentie

Gepubliceerd 8 juli 2020

De Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) wil de ecologische kwaliteit van de Nederlandse wateren verbeteren. En op zo’n manier dat er ook economische ontwikkeling mogelijk blijft. Projectleider Mascha Lichtendahl vertelt hoe de Wieringerhoek het IJsselmeergebied straks vooruit kan helpen.

Van de Eems-Dollard tot aan Zeeland, en van de grote rivieren tot het IJsselmeergebied: onze grote Nederlandse wateren zijn in kwaliteit achteruitgegaan. Behalve door de klimaatverandering, ook door de vele stuwen, dijken en dammen die ons land rijk is. Mascha Lichtendahl richt zich binnen PAGW op het IJsselmeergebied: ‘Een bijzonder gebied, omdat maar 1% van het oppervlaktewater in de wereld zoet is. En het IJsselmeer is het grootste zoetwatermeer van West-Europa. Het meer is essentieel voor ons drinkwater, maar bijvoorbeeld ook voor de landbouw. En dat moet zo blijven.’

Ondiep water IJsselmeergebied

De creatie van het IJsselmeer, met het aanleggen van de Afsluitdijk, heeft ecologische consequenties gehad, weet Lichtendahl: ‘De hoeveelheid biomassa is afgenomen, maar ook het aantal soorten planten en dieren. Terwijl zoetwatermeren over het algemeen een hotspot zijn voor biodiversiteit.’ Dat is de 1e uitdaging voor het IJsselmeergebied: ‘Die lage biodiversiteit komt onder meer door de harde overgangen tussen land en water, met weinig ondiep water zoals rietvelden en ondergelopen graslanden. Dat zijn nou juist plekken waar veel soorten in een systeem behoefte aan hebben tijdens een periode van hun leven. Bijvoorbeeld als paai- of opgroeigebied. Vooral rietvelden zijn de grote motors van voedselproductie, en nodig voor kleine vissen om op te groeien. In het IJsselmeer is die hele ondiepe zone vrijwel verdwenen door alle dijken.’

Zoet-zoutverbinding

Lichtendahl vervolgt: ‘Uitdaging 2 is dat er veel soorten zijn die deels in zoet en deels in zout water leven, maar daarvoor door 2 piepkleine gaten in de Afsluitdijk moeten, naar de Waddenzee en weer terug. Met een gigantische afname van zulke soorten als gevolg. Behalve zalm, zijn dat bijvoorbeeld ook paling, zeeforel en houting. Daarvoor moet je biotopen (leefgebieden voor bepaalde soorten) toevoegen en de zoet-zoutverbinding verbeteren.’

Zoetwater vasthouden

De 3e grote uitdaging ontstaat door de drogere zomers die we hebben door klimaatverandering. Lichtendahl legt uit: ‘Een zoetwatermeer blijft niet vanzelfsprekend zoet, bij het schutten door sluizen komt er namelijk elke keer ook zout naar binnen. Tot voor kort was dat geen probleem, want via de rivierafvoer komt er gewoonlijk zoetwater genoeg binnen. Maar wel als je het zoetwater wilt vasthouden voor droge periodes. Dat hebben we in 2018 gezien, toen door verzilting de drinkwatervoorziening werd gestaakt. En als je nadenkt over de inrichting van dit gebied, om de zoet-zoutverbinding te verbeteren en de ontbrekende leefgebieden toe te voegen, kun je ook nadenken over het beschermen van de zoetwatervoorraad. Wil je de zoetwaterfunctie goed houden, dan moet het ook ecologisch goed in balans zijn. Rietvelden filteren het water en helpen het water schoon te blijven. Door het vergroten van ecotopen (landschapstypen) kunnen we ecosystemen robuuster maken.’

De Wieringerhoek

Het aanpakken van die 3 problemen van het IJsselmeergebied kan volgens Lichtendahl in de Wieringerhoek, tussen Den Oever en Enkhuizen. ‘Bij Den Oever is de enige plek, naast die van Kornwerderzand, waar al een gat in de Afsluitdijk zit. Dáár willen we de verzilting tegengaan, de zoet-zoutverbinding herstellen en leefgebieden toevoegen. Die locatie hebben we voorgelegd aan het ministerie en daar hebben we financiering voor gekregen. Dit zijn doelstellingen waar ministers achter staan.’

Bron: Rijkswaterstaat