Een nieuw ontwerp voor kribben en oevers Pannerdensch Kanaal

Gepubliceerd 2 maart 2020

Wat valt er te ontwerpen aan een krib of oever? Een heleboel, zo blijkt. Het technisch team van Ploegam is druk bezig om in kaart te brengen hoe de kribben en oevers in het Pannerdensch Kanaal moeten worden aangepast om een waterstandsdaling in de Boven-Rijn bij zeer hoog water te bereiken. En dat zonder allerlei ongewenste neveneffecten. Ontwerpleider Roelant van Dam geeft tekst en uitleg.

Geen kwestie van wegschrapen

'De krib- en oeververlaging bij het Pannerdensch Kanaal behelst veel méér dan het simpelweg ‘wegschrapen’ van de bovenste laag van een krib of oever', stelt Van Dam. ‘Er zijn allerlei zaken waarmee we rekening moeten houden. Die zaken hebben aan de ene kant betrekking op de samenstelling van een krib of oever zelf – het is natuurlijk niet de bedoeling dat een krib of een oever zomaar wegspoelt bij het eerstvolgende hoog water. Tegelijkertijd hebben we te maken met rivierkundige effecten. De krib- en oeververlaging heeft, zoals bekend, gevolgen voor de waterstand, maar bijvoorbeeld ook voor de stroming in de rivier en de aanzanding van de rivierbodem. Het is heel belangrijk dat we deze effecten meenemen in het ontwerp.’

Vaste waterverdeling

Juist voor dit gebied is een zorgvuldig ontwerp belangrijk. Het splitsingspunt Pannerdensche Kop en het Pannerdensch Kanaal spelen een cruciale rol in het Nederlandse riviersysteem. ‘Elke ingreep die we hier doen, heeft gevolgen voor de grote rivieren in de rest van Nederland’, vertelt Van Dam. ‘Het is belangrijk dat de vaste waterverdeling in stand blijft, ook als we kribben en oevers verlagen. Daarnaast is het belangrijk dat de rivieren goed bevaarbaar blijven voor de scheepvaart. De vaargeul moet op diepte blijven. Afwijkende stromingen of veel zandafzetting op de rivierbodem kunnen schepen behoorlijk in de weg zitten. Dat willen we dus voorkomen.’

Wensen omgeving Pannerdensch Kanaal

Naast technische en rivierkundige aspecten neemt het team waar mogelijk ook wensen en eisen van perceeleigenaren, bewoners, bedrijven en andere belanghebbenden mee in het ontwerp. Dit kan betekenen dat voor sommige kribben of oevers een maatwerkoplossing wordt gekozen. In algemene zin geldt dat per krib en oever wordt bepaald tot welk niveau deze wordt verlaagd en hoe dit wordt aangepakt. Om tot een passend ontwerp te komen, wordt op verschillende momenten onderzoek gedaan. Van Dam: ‘Grote uitdaging is dat sommige kribben zó oud zijn, dat de opbouw niet eens bekend is. Daarom trekt ons technisch team ook het veld in.’ Het ontwerp wordt straks opgenomen in het projectplan Waterwet dat voor dit project wordt opgesteld. De verwachting is dat het ontwerpprojectplan in de loop van 2020 gereed is.

Bron: Rijkswaterstaat