Storm Ciara ruimt op en vervoert

Gepubliceerd 27 februari 2020

We waren uitgebreid gewaarschuwd: blijf thuis, code geel en oranje, Ciara kwam eraan. Behalve voor schade en gevaar, zorgen stormen voor nog meer. Onder water in zee blijft het dan ook niet rustig. Hoge golven veroorzaken op de bodem veel deining. Daarvan kun je op het strand soms de gevolgen waarnemen.

We zitten al een tijdje in onstuimig weer: harde wind, voornamelijk uit zuidwestelijke richting. Met als voorlopig hoogtepunt een storm met een eigen naam: Ciara (gevolgd door het minder zware broertje Dennis). Natuurlijk  ga je met een megastorm niet naar zee. Niet alleen omdat dat gevaarlijk kan zijn, maar ook omdat het dan – voor strandaanspoelsel – weinig zin heeft. Nee, naar het strand ga je ná een storm, als alles wat rustiger is. En het liefst wanneer de windrichting zodanig is dat er met de onderstroom via de bodem van alles op de kust aanspoelt.

Strandaanspoelsel bekijken

In Nederland kun je wekelijks of tweewekelijks speciale waarnemers langs het strand tegenkomen. De vrijwilligers van het Strandaanspoelsel Monitoring Project (SMP) lopen steeds een vast traject over het strand, meestal één of twee kilometer, waarbij ze alle aangespoelde organismen onderzoeken. Ze kijken dan naar krabben, zeesterren, zee-egels, kwallen, zeeanemonen, schelpdieren, vissen en nog veel meer. Alle waarnemingen worden genoteerd en digitaal vastgelegd. Zo worden de eventuele populatieveranderingen van de nabij de kust levende soorten in de gaten gehouden. Langs de hele kust liggen in totaal dertien SMP-trajecten. Maar niet altijd houden de waarnemers zich uitsluitend aan hun vaste traject. Als de ronde is gedaan en op andere dagen, is er natuurlijk ook buiten het traject van alles te zien. Bijvoorbeeld na zo'n storm als Ciara. Een flinke strandtocht geeft dan een goed beeld van wat zo'n stevige wind letterlijk allemaal losmaakt op de bodem.

Containerspul: opruimwind

Na de 'containerramp' waarbij in de nacht van 1 op 2 januari 2019 in totaal 342 containers van het containerschip MSC Zoe overboord gingen, lagen sommige Waddeneilanden bezaaid met allemaal spullen. Naar schatting is toen ongeveer 3,5 miljoen kilo afval in zee beland. Een ramp voor het milieu, met veel opruimacties tot gevolg. De eilanden zijn in de weken en maanden daarna zo snel mogelijk ontdaan van het aangespoelde grotere spul. Toch is de zeebodem niet helemaal 'leeg'. Dat bleek wel na Ciara: zo'n storm blijkt toch ook een opruimende werking te hebben. Uiteraard was het strand bezaaid met natuurlijk aanspoelsel, zoals zeesterren en fikse stukken uit de bodem losgeslagen veen. Maar daarnaast viel er opeens ook weer wat te 'jutten'. In plaats van het riemwier (Himanthalia) spoelden er in januari 2020 broekriemen aan, in plaats van 'Sandfleas' (strandvlooien, Amphipoda) kwam je op het strand fleecedekens tegen.

Soortverplaatsing: vervoerswind

Ciara woei merendeels uit het zuidwesten, zoals de meeste stormen. Bij storm wordt niet alleen het oppervlaktewater tot hoge golven opgestuwd, maar ook de bodem komt in beroering. Ondiep ingegraven levende bodemdieren komen onherroepelijk in problemen. Ze worden losgespoeld en soms over flinke afstanden in noordwaartse richting vervoerd. Een schelpdier dat losslaat voor de kust van Hoek van Holland en zich al rollend over de zeebodem, met misschien een paar keer eb en vloed ertussen, heen en weer laat vervoeren, kan misschien wel bij Scheveningen of nog verder noordwaarts op het strand aanspoelen. Tweekleppigen houden hun schelpkleppen stevig dicht, sommige slakken sluiten hun huisje af met een deurtje (het afsluitplaatje of operculum). Zo overleven sommige soorten het ruwe vervoer soms wonderwel. Komt er dan een rustige periode, dan is het helemaal niet uitgesloten dat de dieren zich vele kilometers verder naar het noorden weer ingraven, vestigen en voortplanten. En los daarvan is er natuurlijk al het planktonische grut: larven van dieren die met de stormgolven in no time van zuid naar noord vervoerd worden. Het is dus niet zeker of de bijzondere schelpdieren die ANEMOON-waarnemers als Valentijnscadeautje op 14 februari 2020 op het Katwijkse strand aantroffen, ook bij Katwijk voor de kust leefden. Het betreft fraaie paarsroze exemplaren van het Korfschelpje (Corbula gibba), een soort die we vooral uit ons zuidelijke kustgebied kennen, en de allereerste aanspoeling langs het Katwijkse strand van de exotische Amerikaanse strandschelp (Mulinia lateralis), die zich pas kortgeleden (2017) in ons land vestigde en aan een grote uitbreiding bezig is. Mede door Ciara en haar kornuiten, is deze soort nu dus blijkbaar ook langs de gesloten Hollandse kust met een noordwaartse trektocht bezig.


Door de storm worden allerlei zeedieren uit en van de zeebodem gespoeld. Links: Ameland 13 februari 2020; zeesterren, kamsterren en slangsterren tussen uit de bodem losgeslagen stukken veen. Midden en rechts: Katwijk 14 februari 2020. Midden: eerste doublet voor Katwijk van de exotische Amerikaanse strandschelp (Mulinia lateralis); rechts: fraai gekleurde korfschelpjes (Corbula gibba). De paarse stokjes zijn één centimeter (Bron: Arie Twigt)

Al met al is duidelijk: bij storm vangen niet alleen hoge bomen veel wind; ook in zee, met de wind eronder, kunnen daardoor allerlei zeedieren op trektocht gaan.

Waarnemingen van zee-organismen en weekdieren kunnen altijd gemeld worden via Stichting ANEMOON en daarnaast via de NDFF-verspreidingsatlas en via Waarneming.nl.

Bron: Naturetoday
Tekst: Rykel de Bruyne en Inge van Lente, Stichting ANEMOON