Pilot ‘flexibele kribben in de IJssel’ van start

Gepubliceerd 18 november 2019

Interview

Eindelijk was op woensdag 13 november 2019 het langverwachte moment daar: de aftrap van de pilot flexibele kribben in de IJssel. Met de start van de pilot begint een jaar vol nieuwe ontdekkingen en doorontwikkelingsmogelijkheden op het gebied van rivierbeheer.

Kribben, ook wel bekend als stenen dwarsleggers voor in de rivier, voeren water, ijs, grind en zand af en houden de rivier op zijn plaats. Met de nieuwe flexibele kribben, opgebouwd uit X-stream blokken, hopen de partners Bam/Van den Herik, Deltares en Rijkswaterstaat een succesinnovatie voor rivieroevers in handen te hebben. Deze kribben zijn naar verwachting steviger, onderhoudsvriendelijker, duurzamer, goed voor de rivierdynamiek en ook nog eens heerlijk vertoeven voor vissen en waterplanten die zich in de Nederlandse rivieren huisvesten. Yuri Wolf, innovatiemanager bij Rijkswaterstaat, vertelt ons meer over deze proef met flexibele kribben in de IJssel bij Kampen.

Innovatie met uniek karakter

‘Het betreft een innovatie die nog nergens eerder is toegepast’, vertelt Wolf. ‘En daar hebben we meteen een monitoringsprogramma aan gekoppeld, zodat we meteen inzicht hebben in wat het project ons oplevert. Het project kan niet alleen financieel gezien voordelen opleveren, maar eveneens wat betreft de waterkwaliteitswaarden. Zo ontstaan door de toepassing van de X-streamblokken holtes waar visjes en planten zich kunnen ontwikkelen. Hierdoor zou de waterkwaliteit toe kunnen nemen.’

Testen en monitoren in live-omgeving

‘Op meerdere fronten vind ik het geweldig, dat je lange tijd bezig bent met de ontwikkeling van een nieuw idee en dat je dit realiseert. En in dit geval wordt het innovatieproduct ook nog eens in een echte productieomgeving toegepast. Want dat zijn we gewoon aan het doen: we testen live in een vaarweg die bevaren wordt. Waar mensen recreëren en leven.’

Flexibele kribbe voordeliger

Verwacht wordt dat in de toepassing van die vernieuwde, flexibele kribben veel van de gebreken van de oorspronkelijke kribben naar de achtergrond verdwijnen. Wolf legt uit: ‘In de resultaten hopen we te zien dat de nadelen die een gewone kribbe heeft, verminderen in de vernieuwde toepassing. Zo veroorzaakt een gewone kribbe extra verdiepingen en kuilen, maar die kuilen zijn funest voor de constructie. Als we hier niets aan doen, dan stort zo’n krib in elkaar.’

‘Die kribben bestaan net zolang als wij bestaan bij Rijkswaterstaat. Ondertussen zijn we al die tijd bezig met baggeren en andere werkzaamheden om ervoor te zorgen dat de waterbodem weer op orde is en dat de kuilen weer weg zijn. Dat kost veel inspanning, veel geld en CO2-uitstoot. Dat is voor ons ook een belangrijke drijfveer geweest om te onderzoeken of we dat anders en duurzamer kunnen doen.’

Incalculeren van elk mogelijk risico

Ook met mogelijke risico’s van de nieuwe flexibele kribbetoepassing is rekening gehouden. Zo vertelt Wolf: ‘Een risico waar we rekening mee houden, is dat er regelmatig een krib wordt aangevaren. Wat doet dat met de nieuwe kribbe? Het zal geen schade toebrengen aan het schip, maar het kan wel heel veel schade toebrengen aan de krib. Nu is het herstel van een krib duur en precisiewerk. Met de flexibele krib komt hier verandering in. Zodra er een schip tegen de vernieuwde flexibele kribinstallatie aan vaart, verwachten we dat het schip hiermee de stenen wegdrukt. We overwegen daarnaast een botsproef om de mogelijke gevolgen hiervan in kaart te brengen. Doordat we gebruikmaken van blokken, kunnen we de krib waarschijnlijk sneller herstellen dan voorheen. Deze stenen gemakkelijk van de bodem te pakken en terug te plaatsen met een grijper.’

Resultaten van de pilot

De resultaten van de pilot, die voortkomt vanuit de leerruimte Self Supporting River System, laten niet lang op zich wachten als het aan Wolf ligt: ‘Dit monitoringsproces duurt 1 jaar, dus op korte termijn zullen we de resultaten al zien.’ Zodra de pilot is afgerond, kunnen we besluiten om deze 3 flexibele kribben te verwijderen of te laten liggen. Bij positieve resultaten is er een mogelijkheid om deze techniek toe te passen bij bestaande kribben.

Bron: Rijkswaterstaat