Waterplanten: de ecosysteem-engineers van het Nederlandse water

Gepubliceerd 20 augustus 2019

Interview

Niet iedereen ervaart de waterplanten in de Nederlandse wateren als positief. Vooral de pleziervaart heeft er soms last van tijdens een dagje op het water. Toch staat het als een paal boven water dat we ook belang hebben bij deze planten.

Marcel van den Berg, senior adviseur waterkwaliteit en ecologie van Rijkswaterstaat, vertelt: 'Waterplanten spelen een sleutelrol in het bewerkstelligen van een goede leefomgeving voor plant en dier. Ook zorgen de planten door het vasthouden van slib voor een goede waterkwaliteit'.

De terugkomst van waterplanten in de Nederlandse wateren

Marcel van den Berg: ‘Wat elke keer terugkomt in de onderzoeken naar waterplanten die ik bestudeerd heb, is dat deze vegetatie een belangrijk onderdeel is van de natuur. In de jaren 60, 70 en 80 zagen we dat de waterecologie steeds meer veranderde en daardoor ook een minder vruchtbare voedingsbodem werd voor het onderwaterleven. Zo veranderde door menselijk ingrijpen, waaronder zandwinning en de bouw van onze dammen, de structuur en het zoutgehalte van het water. Deze ontwikkeling is goed te zien bij de Zuiderzee die omgevormd werd tot stilstaande zoetwatermeren.’ De verandering van het water bracht ook steeds meer wildgroei van algen met zich mee en zorgde ervoor dat andere organismen werden verdrongen.

Tot er vanaf de jaren 90 een tegenbeweging ontstond: stap voor stap groeiden steeds meer planten die de waterbodem verrijkten. Dit was vooral te danken aan het terugdringen van voedingstoffen afkomstig uit industriële en huishoudelijke lozingen en de landbouwsector. De algen namen af en de waterplanten keerden terug.

Wat elke keer terugkomt in de onderzoeken naar waterplanten die ik bestudeerd heb, is dat deze vegetatie een belangrijk onderdeel is van de natuur

Waterplanten onmisbaar als voedingsbodem voor organismen

Waterplanten kunnen daarnaast ook slib tegengaan. Bodembedekkende waterplanten zorgen ervoor dat het slib wordt vastgehouden. Zo kan de waterplant, naarmate het water helderder wordt, steeds meer voedingsstoffen aanmaken voor andere organismen. Zo zet de plant licht om naar voedingsstoffen voor bijvoorbeeld watervogels en waterdieren (zoals slakjes en plankton). Ook worden de planten door de organismen gebruikt om eitjes te leggen of als schuilplaats voor vissen. Daarnaast groeien en bloeien er talloze microscopisch kleine algen en diertjes op de waterplanten zelf. ‘Op deze wijze zorgt de waterplant voor een duurzame vorm van ecosysteemstabiliteit’, stelt Van den Berg.

Zo houden we waterplanten in toom

’Vanuit Rijkswaterstaat staat onze rol als waterkwaliteitsbeheerder voorop. Vanuit een vastgelegd kader nemen wij maatregelen om ervoor te zorgen dat wij het doel van goede waterkwaliteit, dat vastgelegd is in de waterwet, blijven nastreven. Daarnaast is het onze taak om de hoofdvaarwegen waterplantvrij te houden en ervoor te zorgen dat deze goed en vlot bevaarbaar blijven. Dus als er belemmeringen zijn, dan ondernemen wij actie. Doordat de hoofdvaarwegen maar een relatief klein deel zijn van een groot waternetwerk, kunnen we de waterkwaliteit ook blijven waarborgen als enkele waterplanten worden gemaaid in dit gebied.’

Maar hoe zit het dan met de waterplanten die overlast veroorzaken op andere vaarwegen en in hoeverre kunnen we dit aanpakken? Van den Berg vertelt: ‘Over het maaien van waterplanten buiten de hoofdvaarwegen ligt er geen verantwoordelijkheid bij Rijkswaterstaat, toch blijven we kijken naar mogelijkheden om overlast te beperken. Een aantal jaar geleden (toen de overlast ontstond) stelden we randvoorwaarden op waarbinnen externe partijen (watersportsector, gemeenten en provincies) zelf planten mogen laten maaien. We proberen echt mee te denken en tot oplossingen te komen om zo het overlast zo acceptabel mogelijk te maken.‘

Bron: Rijkswaterstaat