Help, onze kust verdwijnt! Wat kunnen we doen?

Gepubliceerd 9 augustus 2019

Ieder jaar brengt Rijkswaterstaat miljoenen m3 zand aan op de Nederlandse stranden en vlak voor de kust. Daarmee zorgen we dat Nederland niet kleiner wordt. Ook gebruiken we het zand om ervoor te zorgen dat het totale zandgebied rondom de kust kan meegroeien met de zeespiegelstijging. Hoe komt het dat onze kust steeds verder ‘wegkwijnt’ en wat doet Rijkswaterstaat hieraan? Gert Jan Harpe van het kustonderhoudprogramma legt het uit.

Natuurlijke processen

We verliezen structureel zand langs onze kusten, maar hoe komt dat? ‘Dat zijn voornamelijk natuurlijke processen’, vertelt Harpe. ‘Eb en vloed, golven, wind en zeespiegelstijging zorgen ervoor dat de kust steeds verder afslijt, ofwel erodeert. Het zand langs de Nederlandse kust wandelt van zuid naar noord, richting de Wadden en verder richting Noord-Duitsland en Denemarken. Van nature wordt er geen zand vanuit de rivieren aangevoerd naar de Nederlandse kust, dus de totale zandaanvoer is kleiner dan de afvoer. Ook zware stormen dragen bij aan erosie’.

Extra erosie

Het erosieproces is een natuurlijk proces, maar hoe zit het met de menselijke ingrepen, zoals dijken of waterkeringen? Harpe: ‘Onder druk van het vloedgetij wil het water recht vooruit stromen, maar harde constructies zoals de pieren bij IJmuiden, de Tweede Maasvlakte of dijken voorkomen dat. Dit kan lokaal voor extra erosie zorgen. Zand haalt juist de kracht uit de golven. Het afvoeren van zand kost energie, waardoor golven afzwakken. Daarom zorgen we ervoor dat er voldoende zand blijft om mee te nemen.’

Basiskustlijn

Om te bepalen of en waar de kust erodeert, meet Rijkswaterstaat jaarlijks de ligging van de kust met vliegtuigen en schepen, van Schiermonnikoog tot aan Cadzand in Zeeland. Op basis van deze metingen vergelijken we de kustlijn met de basiskustlijn, die in 1990 is vastgesteld. De uitkomsten van deze vergelijking vormen de input voor onze gedigitaliseerde kustlijnkaart. Harpe: ‘Pas als er op zo’n locatie met overschrijding sprake is van structurele erosie, als er kustfuncties in het geding komen die baat hebben bij een suppletie en als het onderhoud economisch efficiënt uitgevoerd kan worden, wordt de locatie opgenomen in ons onderhoudsprogramma’.

Suppletie met zand uit de Noordzee

We halen het zand voor de suppleties uit de Noordzee. Dat gebeurt vanaf de -20 m NAP-lijn uit de Nederlandse kust. Het zand in de Noordzee ligt niet voor het uitzoeken, vertelt Harpe. ‘In de wet staat dat we niet onbeperkt zand mogen winnen. Daar zijn regels voor. Zo mogen we tot een afstand van 12 mijl (zo’n 20 km) vanaf de kust zand winnen. Ook de ruimtelijke inrichting van het kustgebied legt ons beperkingen op: windmolens op zee en kabels en leidingen in de zeebodem vormen voor zandwinning een obstakel, net als conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog.’

Ecologische effecten zandsuppletie

Een van de grote uitdagingen voor de komende jaren is om duidelijk te krijgen wat het effect van zandsuppletie op de natuur is. ‘We willen Nederland beschermen tegen de zee, maar daarbij zo min mogelijk de dieren en planten in en langs het water schaden. Dat vraagt om verstandig kustonderhoud, waarbij we monitoren wat het effect is van zandsuppletie. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met het bodemleven op het moment dat we zand winnen en dichter aan land weer aanbrengen? Dat onderzoeken we samen met natuurorganisaties binnen het convenant Natuurlijk Veilig.’

Samenwerking met stichting LaMER

Ook vanuit de huidige vergunning voor zandwinning op de Noordzee – die loopt tot 2027 – doet Rijkswaterstaat onderzoek hiernaar met stichting LaMER. Harpe vertelt dat er bij een van deze onderzoeken is gekeken naar wat er allemaal op de zeebodem is afgezet, bijvoorbeeld aan zand en slib. ‘Hierdoor konden we zandwingebieden selecteren met heel weinig slib. Door op deze manier slim zand te winnen hopen we eventuele schade voor planten en beestjes in zee te voorkomen als gevolg van vertroebeling door vrijkomend slib.’

Goed beleid

Harpe besluit: ‘De komende jaren wordt nog meer onderzoek gedaan, zodat we nog beter zicht krijgen op het ecologische effect van kustonderhoud en als dat nodig is maatregelen kunnen nemen. Wij hebben 350 km kustlengte in Nederland met schitterende natuur. Voor het behoud daarvan is nu eenmaal onderhoud nodig, maar dit moet wel met goed beleid gebeuren. Een belangrijke opgave voor de komende jaren.’

Bron: Rijkswaterstaat