Jonge zalmen op weg naar het Haringvliet

Gepubliceerd 14 mei 2019

Op vrijdag 10 mei 2019 zijn er in de Sieg, een deel van de Rijn in Duitsland, 150 jonge zalmen uitgezet. In de komende weken zullen deze trekvissen stroomafwaarts naar zee zwemmen.

De route die ze afleggen kan worden gevolgd doordat ze zijn voorzien van zenders. Over een tot drie weken worden de eerste zalmen in het Haringvliet verwacht.

Zalm vanuit Duitsland

Net voorbij Keulen stroomt de Sieg. Een natuurlijk meanderende rivier met her en der sterke stroomversnellingen waar de bodem is bezaaid met grind en stenen. Dit is het paaigebied van de zalm. Omdat de zalm, in de Rijn uitgestorven in 1950, nog niet op eigen kracht haar populatie in stand kan houden, worden er door onze oosterburen uitzettingen gedaan; jaarlijks tussen de 1.000.000 en 1.500.000. Door deze uitzettingen en maatregelen zoals de Haringvlietsluizen op een kier, gaat het langzaam de goede kant op met de zalm.

uitzetgebied-van-zalm

Op strategische locaties liggen detectiestations (rode punten) waarmee de zalmen worden gevolgd.

Behoorlijke trektocht

Vanuit het project Kierbesluit Haringvlietsluizen zijn er op vrijdag 10 mei circa 150 gezenderde zalmen uitgezet in de Sieg om meer te leren over hun trekgedrag. Door de zenders kan de route van de vissen worden gevolgd. Op strategische locaties in de Rijn in zowel Nederland als Duitsland zijn er detectiestations. Passeert de vis zo’n locatie, dan wordt zijn aanwezigheid geregistreerd. De zalmen zullen binnen één tot drie weken ruim 400 km over de Rijn zwemmen waarna ze de zee bereiken. Belangrijke vragen zijn: Welke route kiezen ze? Zijn er obstakels onderweg? En hoe passeren ze de Haringvlietsluizen? In de komende weken volgen we ze op de voet.

Jonge zalmen Hanringvliet

Gezonde rivieren

Doordat de Haringvlietsluizen sinds dit jaar regelmatig op een kier staan kunnen de zalmen, zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts, gemakkelijker tussen de zee en hun paaigebieden trekken. Hiermee draagt Rijkswaterstaat bij aan gezonde rivieren met bijzondere vissen.

Bron: Rijkswaterstaat