Gedrag zandige oevers Houtribdijk

Gepubliceerd 29 maart 2019

Rijkswaterstaat start samen met de TU Delft een monitoringsprogramma langs de nieuwe zandige oevers van de Houtribdijk. Gedurende 2 jaar meten we de golfslag, stroming en zandverplaatsing bij de schuin aflopende oevers in het IJsselmeer en Markermeer.

Rijkswaterstaat meet de stroming en zandontwikkeling van de nieuwe Houtribdijkoevers. Deze meetpaal is 16 m lang en staat in de bodem van het IJsselmeer.

De inzichten worden gebruikt bij het toekomstig onderhoud van de Houtribdijk, maar ook bij andere projecten waar deze natuurvriendelijke oplossing kan worden toegepast in binnen- en buitenland.

Zandstort Houtribdijk

De Houtribdijk is in de afgelopen maanden versterkt met 10 miljoen m3 zand. De brede oevers breken bij storm de kracht van de golven en beschermen zo het dijklichaam. Aan de kust wordt zand wel vaker gebruikt om keringen te versterken. Maar als dijkversterking in binnenmeren zonder eb en vloed, zoals bij de Houtribdijk in het IJsselmeergebied, is deze vorm van Building with Nature nog nooit toegepast.

Installatie van de meetpalen

Kennis over zandversterking

Voordat de zandige oevers zijn aangelegd is in samenwerking met EcoShape al een uitgebreide pilotstudie uitgevoerd en een proefvak aangelegd. Hieruit kwam naar voren dat de zandige oevers een goede, natuurlijke optie zijn om de Houtribdijk mee te versterken. Voor het nieuwe monitoringsprogramma heeft Rijkswaterstaat de afgelopen weken geavanceerde meetpalen geplaatst in het Markermeer en IJsselmeer. Die meten tot april 2021 de golfslag, stroming en zandverplaatsing. De onderzoekers gebruiken de data om een goed beeld te krijgen van de ontwikkeling van de zandige oevers in een binnenmeer.

Samenwerking met TU Delft

Rijkswaterstaat voert het onderzoek uit samen met de TU Delft. Promovenda Anne Ton werkt aan het project onder begeleiding van professor Stefan Aarninkhof en is dus dagelijks bezig met het reilen en zeilen van de Houtribdijk.

Anne Ton, promovenda TU Delft: ‘De gegevens van de meetpalen komen realtime binnen op m’n computer. Maar als onderzoeker moet je natuurlijk ook naar het gebied toe. De kennis die we hier opdoen kunnen we als waterbouwers straks ook gebruiken in andere projecten, in Nederland of in het buitenland. Daarom ga ik in mei over de Houtribdijk vertellen op een wetenschappelijk congres in Florida.’

Bron: Rijkswaterstaat