Mens zorgde onbedoeld voor rivierverleggingen in de Nederlandse delta

Ruim vóór de grootschalige ontginningen en bedijkingen vanaf de Middeleeuwen had de mens al een sterke invloed op het gedrag van rivieren in de Nederlandse delta. Fysisch geografen van de Universiteit Utrecht hebben aangetoond dat in het begin van onze jaartelling de rivieren Lek en Hollandse IJssel stapsgewijs zijn ontstaan door een combinatie van lokale bodemdaling en extra sedimentaanvoer uit het achterland, beide veroorzaakt door mensen. Het onderzoek is verschenen in het gezaghebbende wetenschappelijke tijdschrift Geology. ‘Kleine aanpassingen in het landschap kunnen onverwacht doorwerken op grote schaal. Deze kennis over de Nederlandse geologische geschiedenis leert ons waarom we ook bij het beheer van moderne delta’s rekening moeten houden met onbedoelde effecten van menselijke ingrepen.’

Rivieren door een veengebied

In een delta kunnen rivierlopen zich verleggen door natuurlijke oorzaken. Onderzoeker Harm Jan Pierik vertelt: ‘Ons onderzoek laat zien dat ook menselijk handelen een nieuwe rivierloop kan laten ontstaan, langs routes waar dat van nature niet zo snel zou zijn gebeurd.’ Plaats van handeling is het veengebied in het Groene Hart, rond het begin van de jaartelling een moerasbossengebied in de Rijndelta. Dit gebied was al duizenden jaren lang moeilijk doordringbaar, en vormde ook een hindernis voor het ontstaan van nieuwe rivierlopen. ‘Deze situatie veranderde vanaf het begin van de jaartelling, toen steeds meer mensen zich vestigden aan de randen van dit gebied.’ Met als onbedoeld neveneffect het ontstaan van de Hollandse IJssel (vanaf 100 na Chr.) en Lek (vanaf 300 na Chr.).

Bodemdaling en sedimenttoename

Uit archeologische gegevens blijkt dat aan de westkant van dit moeras, ter hoogte van het huidige Rotterdam, de randen van het veengebied en de oevers van kreken door het veen bewoond waren. De bewoners ontwaterden het gebied met behulp van sloten en duikers om het voor landbouw te kunnen gebruiken. Een onbedoeld gevolg hiervan was dat de veenbodems inzakten. Hierdoor kon het water via de riviermondingen steeds dieper landinwaarts doordringen, en zand en slib bovenop het veen afzetten. Pierik: ‘Daarmee werden de veenkreken groter en langer, en reikten ze steeds dieper het veenmoeras in. Een vergelijkbare situatie deed zich voor aan de Utrechtse kant van het moeras, waar overstromingsgeulen van de Rijn steeds dieper het ontgonnen moeras konden binnendringen.’ In dezelfde tijd werd in het Duitse achterland van de Rijn op grote schaal bos gekapt. Hierdoor ontstond erosie op de hellingen, en voerde de Rijn veel slib mee. Dit kwam in de delta terecht, en het extra gewicht van al het op het veen afgezette slib zorgde dat het veen steeds verder ingedrukt werd.

Tekst gaat verder onder kaart

rivierverlegging_nl 1

De Nederlandse delta in zijn natuurlijke en zijn door mensen beïnvloede (anthropogene) staat. Bewerking van de kaart in het besproken artikel.

Ander gezicht

De Rotterdamse kreken en Utrechtse overstromingsgeulen ontmoetten elkaar in het veengebied, en daarmee waren de Hollandse IJssel en Lek een feit. Deze vormden nu de verbinding tussen de oude hoofdloop van de Rijn, die via Utrecht naar Leiden en Katwijk stroomde, met de monding van de Maas bij Rotterdam. ‘Omdat deze nieuwe routes de meest gunstige waren voor de waterstroming voerde de Oude Rijn steeds minder water af en verzandde geleidelijk. Het netwerk van rivieren in de Nederlandse delta, in de loop van enkele duizenden jaren langzaam tot stand gekomen, kreeg zo binnen een paar eeuwen een heel ander gezicht.’

Betekenis voor hedendaagse delta’s

Onderzoek naar de invloed van menselijk handelen op delta’s in het verleden is belangrijk, omdat we hieruit kunnen leren wat de effecten hiervan kunnen zijn, ook op de lange termijn. ‘Met de wetenschap dat menselijk handelen een kettingreactie in gang kan zetten, zoals in het Nederlandse deltaverleden, ga je anders kijken naar dichtbevolkte delta’s zoals die van de Mekong en de Ganges,’ legt Pierik uit. ‘Want naast de verwachte stijgende zeespiegel, hebben deze delta’s ook te maken met een snelle bodemdaling, onder andere door het toegenomen grondwatergebruik. Net als in de Nederlandse situatie kan dit niet alleen lokaal voor grote veranderingen zorgen, maar ook op de schaal van de hele delta.’

Meer weten?

Het onderzoek naar het ontstaan van de Lek en de Hollandse IJssel valt onder het project ‘The Dark Age of the Lowlands in an interdisciplinary light’. Daarin werken fysisch geografen, biogeologen en archeologen samen aan een reconstructie van de Lage Landen in de laat-Romeinse en vroeg-Middeleeuwse tijd, een periode van grote maatschappelijke, sociale en economische onrust. Zie ook de webpagina van het departement Fysische Geografie.

Lees hier het volledige artikel: Pierik, H.J., Stouthamer, E., Schuring, T., and Cohen, K.M., 2018, Human-caused avulsion in the Rhine-Meuse delta before historic embankment (The Netherlands): Geology, v. 46, p. 1–4, https://doi.org/10.1130/G45188.1

Meer informatie

Onderzoeksprogramma 'The Dark Age of the Lowlands in an interdisciplinary Light'

Bron: Universiteit Utrecht