Monitoring oevers Houtribdijk: met een waadpak naar de bodem

PhD-student Anne Ton doet aan de TU Delft onderzoek naar de efficiëntie van de versterking van de Houtribdijk, de 25 km lange dijk tussen Lelystad en Enkhuizen die met zand en steen verstevigd wordt. ‘Het gebruik van zandige oevers op een plek als dit is wereldwijd uniek. Ik kan het dus nog helemaal zelf ontdekken.’

Vanuit de TU Delft voert Anne Ton promotieonderzoek uit naar de unieke zandige oevers van de Houtribdijk.

Anne Ton groeide op in Middelburg. Van jongs af aan was de zee nooit ver weg, ze reed ‘ontelbare keren’ over de Oosterscheldekering en als kind stond ze aan de hand van haar vader bij sluizen, omdat ze wilde weten hoe die werkten. Het kwam dus niet helemaal uit de lucht vallen dat Ton na haar studie Waterbouwkunde wilde promoveren op een onderwerp over waterkeringen. Het versterkingsproject van de Houtribdijk boeit haar, vertelt de promovenda in haar werkkamer op de faculteit van Civil Engineering and Geosciences (CiTG) aan de TU Delft. Achter haar hangt de poster over het versterkingsproject van de Houtribdijk. ‘Ik vond onderzoek doen fantastisch en wist: áls ik ga promoveren, wil ik het wel doen op een onderwerp dat me vier jaar kan boeien.’

Wereldprimeur

Rijkswaterstaat versterkt in drie jaar de Houtribdijk, tussen Lelystad en Enkhuizen. Het deel van de dijk tussen Trintelhaven en Enkhuizen krijgt aan beide kanten een zandige oever van 140 m breed. De toepassing van zandoevers voor waterveiligheid in een groot, zoet binnenwater zonder getijden is een absolute wereldprimeur. Juist daarom vindt Ton dit zo’n interessant onderzoek. ‘Het is nieuw, er is relatief weinig kennis over, dus er valt superveel te winnen. Ik kan het nog helemaal zelf ontdekken’, vertelt Ton.

In opdracht van Rijkswaterstaat onderzoekt Ton hoe de Houtribdijk na versterking op een juiste en efficiënte manier moet worden beheerd. ‘De verwachting is dat er na de versterking tien jaar lang geen onderhoud nodig is. Is er dan meteen extra zand nodig of kunnen we het zelfs twintig jaar zo laten? Dat de dijk veilig is staat vast, maar misschien is ‘ie té veilig, in die zin dat het efficiënter kan. Om dat soort praktische vraagstukken gaat het’, aldus de promovenda.

Ton onderzoekt nu vooral hoe het zand zich gedraagt en welke processen daar invloed op hebben. Zijn het voornamelijk golven? Of ook stromingen? En vanuit welke richting zijn de stromingen belangrijk? Het doel is om het systeem goed te begrijpen, zodat er kennis en instrumenten worden ontwikkeld over hoe men de dijk het best kan beheren en of deze natuurlijke manier van dijkversterking ook elders kan worden toegepast.

Tussen Enkhuizen en Trintelhaven krijgt de Houtribdijk aan beide kanten brede zandoevers.

Met een waadpak naar de bodem

Hoe ziet zo’n onderzoek eruit? Met een duikbril op zandkorrels tellen, of juist achter de computer met cijfers aan de slag? Ton: ‘Een beetje van beide! Eerst zetten we een monitoringsstudie op, om te bepalen wat we willen meten. Op een gegeven moment, waarschijnlijk komende winter, gaan we ter plaatse de metingen doen. Dat meten gaat op verschillende manieren: je kunt door een paal in de grond te slaan en daar een apparaat aan te bevestigen de stroming meten. Ook kun je met een drukdoos de waterdruk meten en zo krijg je informatie over de golven. Om de bodemhoogte goed te kunnen meten, gaan we met een waadpak en GPS het water in. Na een paar weken doe je dit opnieuw, dan zie je wat er is veranderd en die gegevens zijn interessant voor het onderzoek.’

Toekomst voorspellen

De meetresultaten verwerkt Ton in een computermodel, Xbeach. ‘Daar voer ik bepaalde gegevens in: bijvoorbeeld golfhoogte, golfrichting en stroming. Het model kan dan voorspellingen doen over hoe de zandoever zich op basis van bepaalde invloeden in de toekomst zal gedragen.’

Voor Ton is het onderzoek geslaagd als ze over vier jaar goed kan uitleggen wat er precies gebeurt in het water langs de Houtribdijk en hoe de verschillende processen met elkaar in verband staan. ‘Dat we weten hoe we de zandoever zo goed mogelijk kunnen onderhouden en hoe we dit type dijkversterking ook op andere locaties kunnen toepassen.’

Anne Ton presenteerde haar onderzoek al bij de de NCK Days (Netherlands Centre for Coastal Research) in maart 2018 in Haarlem en de Ecoshape Conferentie over building with nature in juni. Samen met specialisten van Rijkswaterstaat zal Ton ook de komende jaren ook op internationale congressen over het onderzoek spreken.

Bron: Rijkswaterstaat