Waterkwaliteit in sloten, vennen en grachten nog steeds onvoldoende

Slechts 20 procent van de kleine wateren in Nederland krijgt een voldoende voor de waterkwaliteit. Dat blijkt uit het nieuwste burgerwetenschapsonderzoek ‘Vang de watermonsters’ en het validatieonderzoek door het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW).

Biodiversiteit in de knel

In totaal hebben 425 burgerwetenschappers 1680 sloten, vennen en grachten in Nederland gemeten. Op basis van nametingen concludeert NIOO-KNAW dat de waterkwaliteit van de Nederlandse oppervlaktewateren inmiddels langdurig onder druk staat. Het gevolg is dat ook de biodiversiteit in en rondom de Nederlandse wateren steeds verder in de knel komt.

Groeiende stroom stoffen

“We zien dat de verbetering van de waterkwaliteit helaas te langzaam gaat en dat er een groeiende stroom stoffen op ons afkomt,” zegt Sander Mager, bestuurder bij de Unie van Waterschappen. “De waterschappen hebben de afgelopen jaren veel herstelmaatregelen in en vlak aan het water genomen. Denk aan het aanleggen van bufferzones langs slootranden en natuurvriendelijke oevers. Ook zuiveren we het rioolwater steeds beter en efficiënter.”

Aanpak bij de bron

De waterschappen zien dat de waterkwaliteit sterk is verbeterd ten opzichte van enkele decennia geleden. “Maar de stagnering baart ons zorgen”, zegt Mager. “We moeten het probleem nog meer bij de bron aanpakken. Voorkom dat risicovolle stoffen in het water belanden. We zijn daarbij afhankelijk van de medewerking van bedrijven, boeren, ministeries, gemeenten en provincies. Een betere samenwerking tussen deze partijen is een belangrijke stap om de waterkwaliteit te verbeteren.”

Herstel leefgebieden

Om het Nederlandse water weer schoon en gezond te maken, moet er nog veel werk worden verricht. Zo is het belangrijk om leefgebieden voor planten en dieren te herstellen en blokkades voor vissen te verwijderen. Daarom nemen de waterschappen allerlei maatregelen, zoals de aanleg van vistrappen en natuurvriendelijke oevers, het opnieuw laten meanderen van beken en herstel van natuurlijke grondwaterstromen.

Goed beheer

Mike Dijkstra, projectmanager bij het hoogheemraadschap van Rijnland, benadrukt het belang van goed beheer: “Een ander, ecologisch beheer van oevers van sloten en andere watergangen kan een belangrijke stap zijn om de waterkwaliteit te verbeteren. Bij het jaarlijkse onderhoud is het belangrijk om gefaseerd de waterkant met rust te laten zodat de leefomgeving van libellen, insecten en vogels intact blijft. Om dichtgroeien te voorkomen, moet het periodiek onderhoud van sloten met respect voor planten en dieren gebeuren. Ook baggeren is belangrijk. Dit draagt bij aan een betere waterkwaliteit en zorgt ook voor grotere waterberging. Dat werkt ook positief door in tijden van watertekort of wateroverlast.”

Transitie landelijk gebied

Ook op andere vlakken wordt er gewerkt aan oplossingen. Om de natuur te herstellen, de waterkwaliteit te verbeteren, de stikstofproblematiek op te lossen en de gevolgen van extreem weer op te vangen is een transitie van het landelijk gebied nodig. Het door het Rijk gestarte Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), ) moet daarin een belangrijke impuls zijn.

Samenwerking agrarische sector

Maar ook via samenwerking met de agrarische sector via het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer en maatwerkaanpak wordt gewerkt aan een betere waterkwaliteit. Daarnaast presenteerde de Europese Commissie onlangs een belangrijk pakket aan voorstellen dat moet leiden tot een betere bescherming van de waterkwaliteit en de volksgezondheid.

Vang de Watermonsters

Vang de Watermonsters is een project van onder meer Natuur & Milieu, 6 waterschappen, Nederlandse Waterschapsbank, ASN Bank en Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). De 6 waterschappen zijn: Hoogheemraadschap van Delfland, hoogheemraadschap van Rijnland, hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, waterschap Brabantse Delta, waterschap Hollandse Delta en Wetterskip Fryslân.

Bron: Unie van Waterschappen