Nieuw leven langs de oevers van de Maas

Gepubliceerd 23 september 2021

Rijkswaterstaat start vanaf dit najaar (2021) weer met het ‘ontstenen’ van oevers langs de Maas. Zo brengen we de harde oevers terug naar een meer natuurlijke staat. Dat is goed voor planten en dieren én kan er indrukwekkend uitzien.

Langs de Maas heeft Rijkswaterstaat de afgelopen jaren al de nodige oevers ontsteend. ‘We maken de harde oevers natuurvriendelijker door – waar dat kan – de stenen oeververdediging weg te halen’, vertelt René Dammer, technisch adviseur Waterbouw en Kaderrichtlijn Water (KRW) bij Rijkswaterstaat.

Natuurlijke staat

‘We brengen de oevers op die manier weer zo veel mogelijk terug naar hun natuurlijke staat en zorgen ervoor dat de overgang tussen land en water geleidelijker verloopt. Zo ontstaan er ondiepe zones. En dat is weer goed voor water- en oeverplanten. Ook voor vissen is dit beter: zij kunnen hier rusten, paaien en opgroeien. Ook mooi: op sommige plekken ontstaan er loodrecht op de rivier oeverranden, ook wel steilwanden genoemd. Daarin kunnen oeverzwaluwen en ijsvogels broeden.’

Voorbereidingen

Dit najaar start Rijkswaterstaat met het ontstenen van nieuwe stukken oever langs de Maas. Het gaat in totaal om 7 locaties binnen de gemeenten Beesel, Maasgouw, Boxmeer, Venlo, Gennep en Mook en Middelaar. In opdracht van Rijkswaterstaat heeft ingenieursbureau Arcadis voor deze locaties de voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd. Naast andere ecologische maatregelen, zoals het aanleggen van ondiepe geulen en het herstellen van beekmondingen, is het bureau ook bezig met de voorbereidingen van nog eens 21 oevers.

‘Ontstenen lijkt simpel’, stelt Simon van Laarhoven, adviseur Rivieren en ontwerpleider Natuurvriendelijke oevers bij Arcadis. ‘Je haalt de stenen weg en laat de natuur op zijn beloop. Maar zo simpel is het niet. Daarom gaan we eerst zorgvuldig na wat wel en wat niet kan.’

Rekening houden met alle belangen

Dammer vertelt dat er rekening wordt gehouden met hoogwaterveiligheid, de afstand tot de dijk of achterliggende wegen, eventuele archeologische waarden, kabels en leidingen, veerstoepen en de scheepvaart. ‘In verband met veiligheid van de scheepvaart hebben we bijvoorbeeld afgesproken dat we geen oevers ontstenen binnen 550 m van bruggenstuwen of sluizen. En dat we ook niet aan de slag gaan in scherpe buitenbochten van de rivier, omdat daar veel sneller erosie optreedt. Zo proberen we zo goed mogelijk rekening te houden met alle functies van de rivier.’

Natuurlijke processen met een veiligheidsmarge

Het ontstenen van oevers geeft natuurlijke processen, zoals erosie en sedimentatie, weer wat meer de ruimte. Stromend water, scheepvaartgolven en wind pakken materiaal zoals zand op de ene plek op (erosie), waarna het op een luwe plaats weer neerslaat (sedimentatie).

Dammer: ‘En dat is weer positief voor de planten en dieren die in het rivierenlandschap thuishoren. Maar bij een rivier spelen natuurlijk veel meer belangen dan alleen de ecologie.’ Van Laarhoven vult aan: ‘Daarom maken we voor alle locaties berekeningen voor de verwachte erosie na het weghalen van de stenen oeververdediging. Als de te verwachte erosie te dicht bij een dijk komt en daarbij schade aan de dijk kan veroorzaken, kunnen we hier tijdig op inspelen.’

Lerend proces

Ook ervaringen met de reeds ontsteende Maasoevers worden meegenomen bij de nieuwe locaties die ontsteend gaan worden. ‘We leren van het verleden’, vertelt Dammer. ‘Sommige oevers die we hebben ontsteend, zijn bijvoorbeeld meer afgekalfd en/of onder water aangezand dan we hadden verwacht.’ Hierdoor ontstond een risico op verondieping van de vaargeul. Van Laarhoven vult aan: ‘De methode die wij gebruiken om te berekenen hoeveel stenen we weg kunnen halen en hoe de oever dan gaat eroderen, is daarom verfijnd. We bouwen een extra veiligheidsmarge in en beslissen per locatie tot hoe ver ontstenen veilig mogelijk is.’ Dammer legt uit dat Rijkswaterstaat op sommige ontsteende stukken ook preventief grond laat afgraven. ‘Zo komen we de scheepvaart uit voorzorg al tegemoet.’

Indrukwekkend

Dammer en Van Laarhoven vertellen dat de ontsteende oevers er anders uitzien dan de oevers mét stenen die mensen gewend zijn. ‘Steilwanden kunnen er bijvoorbeeld heel indrukwekkend uitzien’, vertelt Dammer. ‘Mensen denken dan soms dat de oever “kapot” is, maar het is gewoon de natuurlijke staat van de oevers langs de Maas. Alleen zijn we vergeten dat het er vroeger ook zo uitzag.’

Verder brengt Rijkswaterstaat onder water op sommige plekken rivierhout aan. Van Laarhoven: ‘Hiermee helpen we het waterleven een handje, want op en rond dit dode hout vinden diverse soorten wieren, algen, vissen en kleine waterbeestjes als insectenlarven hun leefgebied. Ook hierdoor verbetert de ecologische waterkwaliteit. En zorgen we voor mooie nieuwe natuur om van te genieten als mensen de Maasoevers bezoeken.’

Bron: Rijkswaterstaat