Hoge natuurwaarden op voormalig bedrijventerreinen Wantij in Dordrecht

De natuurlijke zoetwatergetijdenrivier het Wantij, bij Dordrecht, blijkt hoge natuurwaarden te hebben. Dit geldt ook voor de voormalige bedrijventerreinen in de monding. Onderzoek in 2019 leverde veel bijzondere soorten op. Dat al eeuwen geen sprake zou zijn van natuurwaarden, zodat er bij bouw en herinrichting van de oevers en havens geen rekening mee gehouden hoeft te worden, gaat zeker niet op.

Zoetwater-getijdenrivier

Het Wantij is een circa vijf kilometer lange, natuurlijke zoetwatergetijdenrivier. De monding van deze rivier ligt in het vier-rivierenpunt bij Dordrecht. Vanaf dit punt meandert het Wantij door het stedelijke gebied van Dordrecht en door de Sliedrechtse Biesbosch, dat een deelgebied is van het Nationale Park en Natura 2000-gebied de Biesbosch. Dit riviertje vormt een natuurlijke slagader voor de migratie van bijzondere en zeldzame dieren en planten van en naar de Biesbosch. Vanwege de grotere getijdenslag, waar ook de naam Wantij naar verwijst, komen juist hier diverse soorten voor die kenmerkend en typisch zijn voor het zoetwatergetijdengebied.

Soortenrijk

Veel kenmerkende getijdensoorten zijn hier talrijker vertegenwoordigd dan in de rest van de Biesbosch; sommige komen zelfs uitsluitend of voornamelijk hier voor. In de monding liggen meerdere verlaten werven en bedrijventerreinen. Hoewel deze rommelig ogen, betekent dit zeker niet dat ze per definitie lage natuurwaarden hebben, zoals wel gesteld werd door de gemeente Dordrecht op 20 april 2019 in AD De Dordtenaar. Delen van dit gebied bleken juist uiterst soortenrijk te zijn. Met de juiste natuurimpulsen door RWS bevat het gebied potentie om een unieke plek in ons land te worden.

Inventarisaties op de bedrijventerreinen

Medio jaren 90 van de vorige eeuw is de flora van het eiland van Dordt onderzocht, inclusief die van de werven van scheepswerf De Biesbosch. Daarbij werden diverse zeldzame plantensoorten aangetroffen. Vanaf eind jaren 90 raakten de werven in verval, waarbij alleen maar meer ruimte en mogelijkheden ontstonden voor de natuur om zich te ontwikkelen. Naar de fauna-elementen in het gebied was nog geen gericht onderzoek gedaan. Vanwege bouwplannen in het gebied werd begin 2019 door Stichting ANEMOON een inventarisatie gedaan naar een aantal nog niet onderzochte diergroepen. Aan de hand van dit onderzoek zijn soortenlijsten opgesteld van de vogels, weekdieren, vlinders, libellen en sprinkhanen die op deze terreinen voorkomen. Daarnaast is er ook een nieuwe soortenlijst samengesteld van de aanwezige hogere planten.

Resultaten van de inventarisatie

De resultaten van de in 2019 verrichte inventarisaties zijn bijzonder. In totaal werden 392 soorten planten, 76 soorten land- en zoetwaterslakken, 32 soorten broedvogels, 16 soorten libellen, 16 soorten dagvlinders en 6 soorten sprinkhanen waargenomen. Onder deze soorten bevinden zich 14 soorten van de Rode Lijst. Eén soort is ook opgenomen op de IUCN-lijst met bedreigde diersoorten en één soort is strikt beschermd volgens de Europese Habitatrichtlijn. Onderstaand wordt kort ingegaan op het voorkomen van twee soorten.

De Getijdeslak

De Getijdeslak (Mercuria anatina) staat op de Rode Lijst Weekdieren als ernstig bedreigd. Het is een kensoort van de gemeenschap van macro-evertebraten van het zoetwatergetijdengebied. Door de aanleg van dammen is landelijk gezien veel van dit type intergetijdengebied afgenomen. Het areaal van deze soort is na 1985 met ruim tachtig procent afgenomen ten opzichten van de referentieperiode 1900 t/m 1965. De Getijdeslak is in ons land alleen bekend van de Biesbosch en enkele natuurgebiedjes in het benedenstroomse deel van de rivier de Rijn. Buiten Nederland komt de soort voor in Ierland, Engeland, Frankrijk, België en Duitsland. Ook in deze landen is de soort bijzonder zeldzaam door de afhankelijkheid van het specifieke zoetwatergetijdebiotoop. In de Brabantse en Dordtse Biesbosch is de soort na het wegvallen van het grote getijdenverschil door de aanleg en ingebruikname van de Deltawerken sterk afgenomen. Tijdens recente onderzoeken is de soort daar niet meer gevonden. In de Sliedrechtse Biesbosch werd de soort tijdens gericht onderzoek in 1999 verspreid binnen dit gebied in vrij grote dichtheden aangetroffen. Ook de afgelopen jaren zijn daar verspreid nog levende dieren vastgesteld. In het Wantij en de monding daarvan is de soort ook aangetroffen. Aanleg van geleidelijk oplopende oevers die geschikt zijn voor getijdennatuurontwikkeling met ruigtevegetaties en/of wilgenvloedbos waarin slikafzetting mogelijk is, zijn geschikte kwaliteitsimpulsen die daar de huidige populatie kunnen laten toenemen.

De Rivierrombout

De Rivierrombout (Gomphus flavipes), een libelle, is een belangrijke kensoort van de macro-evertebraten in traag stromende rivieren met een zand- en slibbodem en oevers die onderhevig zijn aan enige golfslag. De soort was verdwenen uit Nederland. In 1996 is de soort herontdekt. Hoewel de dieren landelijk zeldzaam zijn, kunnen ze plaatselijk algemeen voorkomen. Er zijn aanwijzingen dat de Rivierrombout na de aanvankelijke comeback de laatste jaren weer afneemt. Dit zou mede het gevolg kunnen zijn van de vestiging in ons land van Ponto-Kaspische grondels die als predatoren een verstorende invloed hebben op de onderwaterfauna.

In de monding van het Wantij is de Rivierrombout op meerdere plaatsen vastgesteld. Op basis van de huidige gegevens wordt de populatie in het begintraject van het Wantij geschat op enkele honderden dieren. Goede maatregelen voor deze soort zijn de aanleg, dan wel verbetering van geleidelijk oplopende zandige oevers met in de randzones ruigtevegetaties. Bestaande geschikte oevers voor deze soorten dienen zoveel mogelijk behouden te worden.

Biodiversiteit

Het voorkomen van deze twee kensoorten is een indicatie van de specifieke biodiversiteit in de monding van het Wantij. Beiden zijn belangrijke graadmeters voor de waterkwaliteit voor alle waterdieren. De Rivierrombout is, evenals de ook aanwezige Spindotterbloem (Caltha palustris subsp. Araneosa) en de Platte zwanemossel (Pseudanodonta complanata), vanwege de kritische habitatkeuze opgenomen in de Leefgebiedenbenadering. De in Nederland voorkomende populaties van de Getijdeslak en de Platte zwanenmossel zijn van internationaal belang. Een groot deel van de Europese populatie van deze soorten komt namelijk in Nederland voor. Met het oog op de internationale doelen om de biodiversiteit in stand te houden, draagt Nederland voor deze soorten dus een speciale verantwoordelijkheid.

Onderzoek

Het uitgevoerde onderzoek is zeker niet compleet. Korstmossen, (trek)vissen en tal van insectengroepen (zoals spinnen, bijen, zweefvliegen en wantsen) zijn nu niet bij het inventarisatieonderzoek betrokken. Het ligt zeker in de lijn der verwachting dat ook onder deze groepen zeldzame, kwetsbare en beschermde soorten voorkomen. Een rapportage met lijsten van de inventarisatiegegevens is overgedragen aan Stichting Het Wantij.

Nadere verkenning van de ontwikkelmogelijkheden

Rijkswaterstaat is voornemens middelen vrij te maken voor natuurimpulsen langs het riviertje het Wantij, in het kader van de Kaderrichtlijn Water. In 2020 wordt onderzocht waar deze uitgevoerd zullen worden. Staatsbosbeheer organiseert op 9 januari aanstaande een vaartocht over het Wantij en aanliggende gebieden als de Otterpolder en de Thomaswaard. Tijdens deze vaartocht worden door Staatbosbeheer, Rijkswaterstaat, de gemeente Dordrecht, de Provincie Zuid-Holland en de Stichting Het Wantij vanaf het water de natuur-ontwikkelmogelijkheden op en rond het Wantij verkend.

Natuurimpuls

Vanwege de gemeentelijke planologie is het vooral van belang de natuurimpulsen in de monding van het Wantij door te voeren. Daar dreigen namelijk belangrijke natuurwaarden en ecologische functies te verdwijnen. Er zijn nog steeds mogelijkheden deze deels te behouden dan wel te herstellen en ook de kwaliteit voor migratie van soorten in de positioneel en ecologisch belangrijke monding van het Wantij te verbeteren. Inmiddels heeft Stichting Het Wantij de inventarisatieresultaten en bijbehorende adviezen voor natuurimpulsen overgedragen aan Rijkswaterstaat.

Bron: Naturetoday, Stichting Anemoon en Stichting Wantij