NSCMG en Safecoast
Achtergrond
Na de stormvloedramp van 1953 ontstond behoefte aan een netwerk voor kennisuitwisseling tussen ingenieurs in de kustwaterbouw. Dit werd de zgn. ‘Kring van Zeewerende Ingenieurs’. Door de jaren heen is dit netwerk uitgegroeid tot een jaarlijks bijeenkomst van kust en waterveiligheid deskundigen van overheden uit Nederland en de buurlanden.
Begin jaren negentig is uit dit netwerk
de ‘North Sea Coastal Managers Group’ (NSCMG) ontstaan, een informele groep directeuren / afdelingshoofden en beleidsmakers uit (intussen) zes Noordzeelanden, vanuit de behoefte om ook op strategisch niveau informatie en kennis te delen. De zes Noordzeelanden zijn: Denemarken, Duitsland (3 kuststaten of länder: Sleeswijk-Holstein, Hamburg en Nedersaksen), Nederland, België (Vlaanderen), Frankrijk (Département Nord-Pas de Calaias) en het Verenigd Koninkrijk (Engeland).
In 2000 werd in de NSCMG besloten om een aantal thema’s gezamenlijk uit te werken en daarbij gebruik te maken van Europese subsidies. Uit de NSCMG ontstond in 2001 het EU Interreg project Comrisk
, getrokken door de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein. In 2005 werd VenW/RWS gevraagd om opvolger Safecoast
te trekken. Trekkerschap werd bij RIKZ belegd en is meegegaan naar Waterdienst. DWW was tot de oprichting van de Waterdienst partner in Safecoast.
De internationale partners
in Safecoast zijn dezelfde als in Comrisk en vormen de voornaamste overheidsinstellingen die belast zijn met een verantwoordelijkheid voor waterveiligheid en/of kustbeheer:
- Deense kustautoriteit (DCA)
- Ministeries van milieu en binnenlandse zaken Sleeswijk-Holstein (MLUR/IM)
- Nedersaksische autoriteit voor (o.a.) kustverdediging (NLWKN)
- Vlaams ministerie voor transport en publieke werken (MOW / kustdivisie)
- Vlaams waterbouwkundig laboratorium (FHR)
- Environment Agency (EA)
Doelstellingen van Safecoast
De doelstelling van Project Safecoast was tweeledig:
- Actief onderhoud van het relatienetwerk van kustautoriteiten langs de Noordzee vanuit de gedachte dat projectmatig samenwerken toegevoegde waarde heeft naast bijvoorbeeld periodieke afstemming in de NSCMG.
- Kennis en informatie uitwisselen en waar relevant verdiepen op het terrein van middellange termijn waterveiligheid (vanuit zee) en kusterosie. Specifieke aandacht is daarbij uitgegaan naar de invloed van klimaatverandering en toekomstige ruimtelijke ontwikkeling op het overstromingsrisico.
De inhoudelijk verbindende vraag, voortbouwend op Comrisk, die hierbij werd gesteld: ‘Hoe gaan we om met onze kust in 2050?’
Resultaten van Safecoast
De verbindende vraag ‘Hoe gaan we om met onze kust in 2050?’ is in 2005 ontrafeld in een aantal deelvragen die vanuit grensoverschrijdend (vergelijkend) perspectief zijn uitgewerkt, en/of op nationale / regionale schaal zijn uitgevoerd.
De deelvragen waren leidend in de verschillende werkpakketten (zgn. ‘Acties’) die tussen 2005 en 2008
zijn uitgevoerd zijn opgenomen in tabel 2. De links verwijzen naar inhoudelijke deelrapportages en het synthese rapport.
|
Verbindende vraag: ‘Hoe gaan we om met onze kust in 2050?’ |
|||
|
Deelvraag |
Actie / werkpakket |
Resultaten |
|
|
Wat is de huidige context van kustveiligheid? |
‘Actie 0’: Analyse Comrisk, Eurosion, internationale beleidsdocumenten, kustveiligheid tijdlijn, GIS data koppelen |
Actie 6: Synthese en adaptieve strategie (Link |
|
|
Wat komt er op ons af?
|
Actie 1: scenario’s voor klimaat en ruimtelijke ontwikkeling (2050) |
||
|
Welke huidige en veranderende trends in het overstromingsrisico zijn er? En voor kusterosie? |
Actie 3A: transnationale risico-analyse, 1 methode (2007 vs 2050) |
||
|
Actie 3B: vergelijking internationale risico analyse methoden en inpassing in Actie 4 |
|||
|
Actie 5A: Vier kusterosie pilot studies en erosieatlas voor Denemarken (2050) |
|||
|
Actie 5B: Overstromingssimulaties in Nedersaksen (2007 vs 2050) |
|||
|
Hoe communiceer je risico’s naar de bevolking? |
Actie 2: Risico communicatie en waterbewustzijn: de reizende exhibitie |
||
|
Hoe zet je de kennis om in plannen en maatregelen? |
Actie 4: Integrale planvorming van de Vlaamse kust |
||
Tabel: van hoofdvraag naar werkpakketten en hyperlinks naar resultaten op www.safecoast.org
Relevante resultaten vanuit Nederlands perspectief
Bevindingen en uitkomsten van project Safecoast zijn hieronder op hoofdlijnen aangegeven. Allereerst volgen de voornaamste projectresultaten, gekoppeld aan een beschouwende reflectie op waterveiligheid in relatie tot onze buurlanden.
Projectresultaten
De toegevoegde waarde van Safecoast is voor elke internationale partner verschillend. De bovenstaande tabel geeft hyperlinks naar de inhoudelijke deelrapportages en het Engelstalige synthese rapport
, dat is opgesteld door de RWS Waterdienst en de Environment Agency. Een lijst
van producten is op de Safecoast internetsite te vinden. Vanuit Nederlands perspectief zijn de meest noemenswaardige resultaten te groeperen als ‘netwerk en proces’ en ‘inhoudelijk’:
Netwerk en proces
Meer nog dan de inhoud is de meerwaarde van projecten als Safecoast het gezamenlijk (internationaal) werken aan een gemeenschappelijk doel. De volgende resultaten zijn dan van belang:
- Onderhoud en versteviging van het informele netwerk van kustbeheerders langs de Noordzee. Praktisch nut hiervoor gaat verder dan grensoverschrijdende zaken, maar ook: leren van elkaar en aftappen van onderzoeksresultaten.
- Basis gelegd voor een high level ontmoeting in april 2009 van de Chief Executive en Chairman van de Engelse Environment Agency met de DG Water en DG RWS, in het kader van langere termijn samenwerking tussen VenW en EA.
- Afstemming en informatie uitwisseling (NL-DK) voor wat betreft experimenten voor passieve stranddrainage (Ecobeach, nu getrokken door Bouwdienst/BAM).
- Basis gelegd voor verdere samenwerking op het gebied van zandsuppleties en natuurwetgeving (NL-BE-DK), onder auspiciën van de NSCMG.
- Basis gelegd voor bilaterale samenwerking rondom het Vlaamse kustplan (Vergelijk: 3e kustnota+HWBP inéén), dat deels in Safecoast is ontwikkeld (BE-NL). Dit betreft een recente ontwikkeling doordat onze Vlaamse partners vragen krijgen n.a.v. het Veerman advies. Daarnaast is het goed het nut en (on)mogelijkheid te onderzoeken van grensoverschrijdend kustbeheer.
- Verdere verankering kustveiligheid in het nationale en internationale spoor van de EU richtlijn overstromingsrisico’s (ROR). In april 2009 organiseert RWS een sessie over de implementatie van de ROR waarbij de kustbeheerders rond de Noordzee worden uitgenodigd. Resultaten worden verankerd in Werkgroep F van de ROR.
- Verdere informatie uitwisseling tussen Noordzeelanden door de totstandkoming van de Safecoast internet site: een actief platform dat toegang biedt aan de projectresultaten, maar vooral ook honderden relevante informatiebronnen (national files
) uit de vijf Noordzeelanden. Safecoast.org trekt dagelijks meer dan 100 unieke bezoekers uit binnen- en buitenland. In het kader van kennisuitwisseling is het wenselijk dit in stand te houden en uit te wisselen met de Encora kustwiki. - Bijgedragen aan een bredere en integrale kijk op waterveiligheid. De gecombineerde eindconferentie
‘risk meets crisis’ met project Chain of Safety waarbij de wereld van de kustbeheerders even samenviel met die van de crisisbeheersers. De positieve bijdrage van de DG Water, Annemieke Nijhof, werd internationaal zeer gewaardeerd. - Ontwikkeling van een meertalige, gezamenlijke film
door de projecten Safecoast, Comcoast en Chain of Safety waarin het belang van een meerlaagse veiligheidsbenadering, zoals in WV21 bepleit, internationaal wordt onderstreept.
Inhoudelijk
Vergelijkende studies en het koppelen van gegevens en informatie heeft geleid tot de volgende inhoudelijke resultaten die voor Nederland relevant zijn:
- Een uitgebreid syntheserapport
waarin een synthese wordt gemaakt van internationale en inhoudelijke deelprojecten en het mogelijke gebruik daarvan in de context van de actuele beleidsontwikkeling in onze buurlanden (mede vastgelegd in een aantal concrete bevindingen en aanbevelingen). - Vergroting van het inzicht in klimaatscenario’s
(wetenschap en beleid) en ruimtelijke ontwikkelingschetsen zoals deze in onze buurlanden bekend zijn. - Ontwikkeld: een unieke transnationale GIS hoogtekaart
, vooruitlopend op de uitvoering van de EU richtlijn overstromingsrisico’s. Het betreffende GIS bestand is in opdracht van RWS bij Grontmij ondergebracht. - Een primeur: de transnationale risicoanalyse
(‘VNK voor de Noordzee’) met uniforme methode (inclusief draagvlak daarvoor) grensoverschrijdende risico-kaarten, tevens vooruitlopend op de uitvoering van de EU richtlijn overstromingsrisico’s. - Inhoudelijke inbreng in het advies van de Deltacommissie op basis van vragen gesteld aan de Waterdienst in juli/augustus 2008 (zie referentie in ‘samen werken aan water’).
- Vergroting van het inzicht en documentatie rondom de analyse en beheersing van overstromingsrisico’s in onze buurlanden. Met extra aandacht is gekeken naar:
- de historische tijdlijn
(canon) van beleid en uitvoering van waterveiligheid
- concepten die in Nederland geen brede toepassing kennen.



