karakterisering
Inhoud pagina: karakterisering
Karakterisering en risicobeoordeling
De KRW stelt lidstaten verplicht om bij de beschrijving van het stroomgebied een karakterisatie uit te voeren (art 5). Deze karakterisering kijkt feitelijk vooruit naar de mate waarin doelen in de navolgende planperiode kunnen worden gehaald en of er een zeker risico is dat niet kan worden voldaan aan deze doelen (in 2015). In feite gaat het daarbij om een effectinschatting van nog te nemen maatregelen.
Grondwater is in 2005 onderdeel geweest van deze eerste karakterisatie. Met het verschijnen van de stroomgebiedbeheerplannen (2009) is deze karakterisatie al deels weer achterhaald omdat sommige effecten in 2009 beter konden worden ingeschat (o.a. meer metingen gedaan). In 2013 dient een volgende risico-beoordeling volgens artikel 5 KRW te worden opgesteld. Daarmee wisselen karakterisatie en toestandbeschrijving elkaar af (zie ook Toestand - en trendbeoordeling).
Stand van zaken
In 2005 zijn voor grondwater met name bestrijdingsmiddelen, nutrienten en zware metalen benoemd als risicovolle stofgroepen die het bereiken van de (toen nog niet bekende) grondwaterdoelen in 2015 mogelijk in de weg zouden kunnen staan. Destijds is nog onderscheid gemaakt tussen grote grondwaterlichamen en kleine: inmiddels zijn de kleine grondwaterlichamen vervallen en onderdeel geworden van de (nog bestaande) grote grondwaterlichamen. Alle grote grondwaterlichamen met uitzondering van Duin Rijn West zijn in 2005 als 'at risk' of 'mogelijk at risk' beoordeeld voor het niet bereiken van de goede toestand in 2015. Voor de kleine grondwaterlichamen was het beeld iets gunstiger (16% niet 'at risk'). Bij de herziening in 2013 zal opnieuw naar deze at- risk bepaling gekeken worden.
Kennishiaten
In de art-5 rapportage (2005) is reeds aangegeven dat voor grondwater met name kennis ontbreekt over de relatie met oppervlaktewater en terrestrische natuurdoelen. In 2009 in het stroomgebiedbeheerplan zijn deze tekortkomingen nogmaals bevestigd (zie paragraaf 5.3 en 5.4 van het SGBP). Wel zijn in de tussenliggende periode drempelwaarden afgeleid (naar aanleiding van het verschijnen van de EU- grondwaterrichtlijn 2006) en is meer bekend geworden over de daarin vereiste monitoring van inputs ( GWR art 5.5) en uitzonderingsbepalingen ( GWR art 6). Ook deze onderwerpen zijn aangegeven als kennisvraag voor de komende jaren.
Achtergrondinformatie
Zie de documenten in de rechterkolom



