Terminologie

Terminologie

Inhoud pagina: Terminologie

Terminologie 

  • Achtergrondconcentratie: gehalte van een stof dat aanwezig is in relatief onbelaste gebieden; ontstaan van nature en door een zeer geringe antropogene beïnvloeding.
  • Achtergrondwaarden: Landelijk geldende waarden voor een multifunctionele goede bodemkwaliteit voor grond en bagger. Gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
  • Ad-hoc MTR (Indicatieve norm): Deze waarde wordt afgeleid volgens dezelfde methode als de afleiding van een MTR, er wordt echter een minder uitvoerig literatuursearch uitgevoerd naar de toxiciteitsgegevens van een stof. De ad hoc MTR's hebben niet dezelfde status als de MTR's zoals vastgelegd in beleidsnota's. Er geldt dus geen inspanningsverplichting. De ad hoc MTR's zijn richtinggevend.
  • BodemGebruiksWaarde (BGW): concentratie van een stof in sediment, grond of grondwater die geldt als functiegerichte saneringsdoelstelling voor verontreinigingen van voor 1987 en als functiegerichte kwaliteitseis voor het aanbrengen van leeflagen.
  • Ernstig Risiconiveau (ER): wetenschapelijk afgeleide waarde die aangeeft bij welke concentratie sprake is van ernstige effecten op het ecosysteem. Voor ‘ernstig effect' wordt als criterium gehanteerd dat theoretisch 50% van de soorten in het ecosysteem schade kan ondervinden.
    Andere begrippen met dezelfde betekenis als ER zijn:
    EBVC = Ernstige BodemVerontreinigings Concentratie
    HC50 = ‘Hazardous Concentration for 50% of the species'
    Voor stoffen die van nature voorkomen (zoals metalen) wordt een ET (Ernstige Toevoeging) afgeleid. Wanneer deze waarde wordt opgeteld bij de achtergrondconcentratie, dan wordt een ER waarde verkregen.
  • Grenswaarde ENW: productnorm die gebruikt werd in het verspreidings- en toepassingsbeleid van verontreinigd sediment. Klassegrens tussen klasse 1 en 2. Niet meer van kracht.
  • Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging (INEV’s): waarden waarvoor geen gestandaardiseerde meet- en analysevoorschriften beschikbaar zijn of binnenkort te verwachten zijn; en de ecotoxicologische onderbouwing niet aanwezig is of minimaal en in het laatste geval lijkt het erop dat de ecotoxicologische effecten kritischer zijn dan de humaantoxicologische effecten. De status is niet gelijk aan de status van de interventiewaarden.
  • Interventiewaarde: waarden die aangeven dat bij overschrijding  sprake is van een geval van ernstige verontreiniging, waarbij sprake is van potentiële ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier. Er zijn interventiewaarden voor (water)bodem en grondwater. De Interventiewaarde waterbodems is niet meer per definitie gelijk aan de Interventiewaarde voor landbodems. Bij overschrijding van de interventiewaarde in 25 m3 grond of sediment of 100 m3 grondwater (bodemvolume) spreekt men van een ernstig geval van (water)bodemverontreinging.
  • Maximale waarde voor verspreiden van baggerspecie in zout oppervlaktewater -  Zoute-Bagger-Toets (ZBT): concentraties in zoute baggerspecie die bepalen of in zoute wateren verspreid mag worden.
  • Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie in zoet oppervlaktewater: concentraties die de grens zijn voor het verspreiden in zoet oppervlaktewater, grotendeels gebaseerd op het herverontreinigingsniveau (HVN) Rijntakken. Voor stoffen waarvoor geen maximale waarde is afgeleid gelden de achtergrondwaarden.
  • Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel: concentraties die de grens zijn voor het verspreiden op het aangrenzend perceel, gebaseerd op de msPAF (meer stoffen Potentieel Aangetaste Fractie), als aanduiding voor ecologische risico’s als gevolg van (land)bodemverontreiniging.
  • Maximale waarden voor toepassen op (land)bodem: generieke waarde voor het indelen van de actuele bodemkwaliteit in bodemkwaliteitsklassen op basis van bodemfuncties die in algemene zin aangeven wat als een duurzaam geschikte toestand wordt beschouwd; maximale waarden als bovengrens voor wonen en industrie.
  • Maximale waarden voor toepassen in bodem onder oppervlaktewater (waterbodem): Generieke waarden voor het indelen van de actuele bodemkwaliteit in bodemkwaliteitsklassen: de maximale waarden voor kwaliteitsklasse A en B. De maximale waarde A is gelijk aan de maximale waarden voor verspreiden in zoet oppervlaktewater. De maximale waarde kwaliteitsklasse B is gelijk aan de interventiewaarde voor bodem onder oppervlaktewater (waterbodem). Voor toepassen van grond in oppervlaktewater geldt de maximale waarde bodemkwaliteitsklasse industrie.
  • MTR - Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau: waarde die aangeeft bij welk blootstellingsniveau of bij welke concentratie in een bepaald compartiment het risico voor mens, plant of dier maximaal toelaatbaar wordt geacht. Er zijn MTR waarden voor het ecosysteem en voor de mens afgeleid. De MTR waarden uit het waterbeleid hebben alleen betrekking op het ecosysteem. Voor het ecosysteem is het MTR gelijk aan de concentratie per stof in een bepaald compartiment waarbij theoretisch 5% van de soorten schade kan ondervinden (dat is hetzelfde als het 95% beschermingsniveau). De MTR waarden voor de mens worden vooral gebruikt in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Voor de mens wordt het begrip MTR op 2 manieren gebruikt:
    1. Het maximale dagelijkse blootstellingsniveau, uitgedrukt in micro- of milligram per kilogram lichaamsgewicht, waarbij bij levenslange blootstelling geen negatieve effecten op de gezondheid te verwachten zijn of (voor kankerverwekkende stoffen) het dagelijkse blootstellingsniveau waarbij bij levenslange blootstelling een kans van 10 -6 op sterfte voorspeld kan worden;
    2. De concentratie in een bepaald compartiment, waarbij het bovengenoemde maximale blootstellingsniveau wordt bereikt. De MTR waarden voor de mens vormen, samen met de HC50 waarden voor het ecosysteem (zie onder Ernstig Risiconiveau) de basis voor de interventiewaarden.
    Voor stoffen die van nature voorkomen (zoals metalen) wordt een MTT (Maximaal Toelaatbare Toevoeging) afgeleid. Wanneer deze waarde wordt opgeteld bij de achtergrondconcentratie, dan wordt een MTR waarde verkregen.
  • Signaleringswaarde : sediment-norm voor de concentratie zware metalen, in met name anaërobe sedimenten, waaronder sanering niet urgent is.
  • Streefwaarde: waarde die het kwaliteitsniveau aangeeft waarbij de functionele eigenschappen van een bepaald compartiment voor mens, plant en dier zijn veilig gesteld.
  • Toetsingwaarde : productnorm die bepalend was of zoete baggerspecie (onder voorwaarden) op land of in zoet oppervlaktewater verspreid mocht worden. Niet meer van kracht.
Foto: Water en strand profiler RWS
Stel een vraag
Nederland leeft met water
 

Helpdesk Water