Offshore mijnbouw

Offshore mijnbouw

Inhoud pagina: Offshore mijnbouw

Vanaf 1965 worden er in de Nederlandse zeeën offshore activiteiten ondernomen. Maar omdat er aangenomen werd dat er relatief kleine hoeveelheden fossiele brandstoffen aanwezig waren, en vanwege het relatief slechte klimaat kwam het pas in de jaren zeventig op grotere schaal voor. Dit is gegroeid tot circa 130 plekken waar olie en (voor het merendeel) gas gewonnen wordt. Om de veiligheid te kunnen garanderen is er rond een platform een veiligheidszone van 500 meter ingesteld waar alleen schepen  zijn toegestaan die voor het platform de bevoorrading verzorgen of duikoperaties ondersteunen.

Huidige ontwikkelingen

Boorplatvorm

In de komende jaren raken de grotere voorraden uitgeput. De verwachting is dat de grotere bedrijven wegtrekken en het aantal nieuwe investeringen in traditionele boorvormen afneemt. Afhankelijk van de brandstofprijs verandert het investeringsklimaat en kan het rendabel worden om op nieuwe manieren gas en olie te onttrekken uit de zeebodem. De Nederlandse overheid stimuleert innovatieve manieren om op kleinere schaal de resterende brandstoffen te winnen. Er wordt daarnaast onderzocht of uitgeputte en dus ‘lege’ gasvelden opnieuw kunnen worden ingezet voor de opslag van CO2 in het kader van de klimaatveranderingen of voor tijdelijke opslag van gas (gasrotonde).

Vergunning

Om een vergunning te verkrijgen voor vrijwel alle offshore activiteiten dient een milieu effect rapportage (m.e.r.) te worden gemaakt. Exploratieboringen zijn niet m.e.r.- plichtig. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) is verantwoordelijk voor de handhaving en inspectie van de vergunningvoorwaarden. Meer informatie over beleid, regelgeving vergunningen en handhaving kunt u vinden op de site van Rijkswaterstaat Dienst Noordzee.

 

 

Helpdesk Water