Kustverdediging

Kustverdediging

Inhoud pagina: Kustverdediging

De Nederlandse kust is circa 340 km lang en bestaat uit stranden, duinen, waterkeringen en dijken. Door bodemdaling en zeespiegelstijging ten gevolge van klimaatveranderingen blijft kustverdediging belangrijk. Met gebruik van modellen die de overstromingsrisico’s berekenen wordt bekeken of de huidige waterkeringen Nederland nog wel voldoende beschermen. Door middel van kustlijnzorg wordt de basiskustlijn en de veiligheid van de primaire waterkeringen in het kustgebied gehandhaafd. Daarnaast moet er worden voldaan aan de normen uit de Waterwet.

Kustlijnzorg

Zandsuppleties zorgen ervoor dat het afkalven van de kust tegengegaan wordt. Dit wordt gemeten aan het jaar 1990 toen de basiskustlijn (BKL) is vastgesteld. Na vaststelling van de BKL in 1990 is de BKL, in 2001 en voor het laatst in 2012, lokaal enkele keren aangepast. De zandbalans in het kustsysteem mag structureel geen zand verliezen. Om dit te bewerkstelligen mag er binnen het zeewaartse kustfundament (het gebied tot de NAP -20 meter lijn) geen zand worden gewonnen. Een ander onderdeel van de kustlijnzorg is het laten meestijgen van het kustfundament met de verwachte zeespiegelrijzing. In totaal wordt hier circa 12 miljoen kubieke meter zand voor gebruikt.

Meer informatie over kustlijnzorg kunt u vinden op de website van Rijkswaterstaat.

Zandsuppletie

Om erosie van de Nederlandse kust tegen te gaan bestaan verschillende technieken. Een daarvan is zandsuppletie. Er bestaan twee verschillende vormen van suppletie;

  • vooroeversuppleties vormen een zandbank voor de kust en dienen als een slijtlaag en
  • strandsuppleties vergroten het strand door zand op het strand te pompen.

Meer informatie over zandsuppleties, de planning van nieuwe werkzaamheden, de gevolgen, de procedure, kustlijnkaarten en meer kunt u vinden op de website van Rijkswaterstaat.

Waterkeringen

Om het achterland te beschermen tegen hoogwater en hoge golven moeten waterkeringen (duinen, dijken, dammen en stormvloedkeringen) worden onderhouden en eventueel versterkt. Beheerders van primaire waterkeringen zijn voornamelijk waterschappen, en in enkele gevallen regionale diensten van Rijkswaterstaat. De beheerders zijn verantwoordelijk voor de reguliere inspectie en de vijfjaarlijkse toetsing. Tijdens deze test worden de waterkeringen getoetst aan de veiligheidsnorm van de overheid. De overheid heeft een veiligheidsnorm vastgesteld gebaseerd op kans van overstroming, namelijk 1:1250 jaar (grote rivieren), 1:4000 jaar en 1:10.000 jaar (Randstad). Nog niet alle waterkeringen voldoen aan deze norm. Daarom worden deze waterkeringen in de komende jaren versterkt.

De inspectie van waterkeringen wordt uitgevoerd door een samenwerking tussen Rijkswaterstaat en de STOWA (Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer). Deze lopen de procedure nogmaals door en daarnaast richt de inspectie van waterkeringen zich op verbeteringen van de reguliere inspectie en onderzoek naar nieuwe technieken.

Voor meer informatie omtrent de inspectie van de waterkeringen kunt u terecht op de website van STOWA.

Voor meer informatie omtrent waterkeringen en sterkte en belastingen kunt u terecht op de website van Rijkswaterstaat.

Waterkering

 

 

Helpdesk Water