Blauwalgen

Blauwalgen

Inhoud pagina: Blauwalgen

Blauwalgenprotocol 2012

Het Blauwalgenprotocol 2012 is inhoudelijk gelijk aan het Blauwalgenprotocol 2011. De veranderingen zijn redactioneel van aard en daar waar mogelijk en wenselijk is een nadere toelichting gegeven. De wijzigingen zijn tot stand gekomen na consultatie van waterbeheerders en provincies.

Blauwalgen (cyanobacteriën)

Giftige blauwalgen zijn in Nederland een terugkerend probleem. Blauwalgenbloei doet afbreuk aan de recreatieve functie en brengt de veiligheid van zwemmers in het geding. Veranderingen in het klimaat zullen dit probleem waarschijnlijk vergroten. Volgens de nieuwe richtlijn moet de waterbeheerder er alles aan doen om problemen met blauwalgen te voorkomen. Als men op een locatie eerder met blauwalgen te kampen heeft gehad, moet dit in het zwemwaterprofiel worden vermeld. In dat geval is preventieve monitoring tijdens het badseizoen verplicht. Wanneer zich ergens blauwalgenbloei voordoet, moeten direct effectgerichte maatregelen worden genomen. Ook moet de zwemmer worden voorgelicht en afdoende worden beschermd, wat tot een tijdelijk zwemverbod kan leiden. Een structurele aanpak van dit probleem vraagt echter om maatregelen op de lange termijn, zoals de KaderrichtlijnWater die met zich meebrengt.

Cyanobacteriën groeien optimaal bij een temperatuur tussen de 20 en 30 °C. Zij komen dan ook juist tot bloei in warme zomers, wanneer er een verhoogde recreatiedruk is. Bloei van cyanobacteriën kan
echter het hele jaar optreden. Hierdoor is het moeilijk aan te geven in welke periode men zou moeten meten. Sommige cyanobacteriën zijn in staat om cyanotoxines te produceren, welke verscheidene gezondheidsklachten kunnen veroorzaken. Veel cyanobacteriën die toxines kunnen produceren zijn tevens drijflaagvormers. Daardoor kunnen de celgebonden cyanotoxines in hoge mate geconcentreerd worden in drijflagen. De cyanotoxines kunnen als volgt worden ingedeeld:

  • Hepatotoxines : remmen eiwitfosfatase. Lage dosering kan leiden tot jeuk en/of huiduitslag en/of maagdarmklachten (misselijk,buikpijn, diarree), griepachtige verschijnselen, hoofdpijn,
    geïrriteerde ogen, oorpijn en blaren rond de mond. Hogere doseringen en/of chronische blootstelling kunnen leiden tot het ontwikkelen van tumoren en/of beschadiging van de lever, met
    mogelijk de dood tot gevolg. Belangrijkste toxines in deze groep zijn de microcystines, welke lang intact kunnen blijven in oppervlaktewater.
  • Neurotoxines: grijpen aan op de overdracht van zenuwpulsen op de spiervezels. Symptomen zijn: afnemende activiteit, duizeligheid, ademhalingsproblemen en krampen. Bij hoge doseringen
    kan het leiden tot verlammingsverschijnselen en vervolgens zuurstofgebrek, met als mogelijk gevolg de dood. Belangrijkste toxine in deze groep is anatoxine.

In 2002 is er een aangepast protocol over cyanobacteriën vastgesteld door de Commissie Integraal Waterbeheer.
Onder het kopje interessante links is op de site van STOWA meer informatie te vinden over de laatste ontwikkelingen m.b.t. montername cyanobacteriën.

 

Helpdesk Water