Beschrijving KNMI '06 scenario's
Inhoud pagina: Beschrijving KNMI '06 scenario's
Verschillen en overeenkomsten met WB21-scenario's
Het KNMI gebruikte voor de KNMI'06-scenario's de 23 mondiale modellen die ook voor het vierde IPCC-rapport zijn gebruikt, een groot aantal Europese regionale klimaatmodellen (PRUDENCE-project) en historische meetreeksen van Nederlandse meetstations.
Kijkend naar het onderwerp watertekorten, komt het oude WB21-middenscenario (+1°C) grofweg overeen met het nieuwe KNMI'06-scenario G. En het oude bovenscenario (+2°C) is vergelijkbaar met het nieuwe W-scenario. De scenario's G+ en W+ zijn veel droger dan de oude scenario's. Het oude onderscenario (+0,5°C) is verdwenen, want die effecten zijn inmiddels realiteit.
De KNMI'06-scenario's verschillen op een aantal punten van de WB21 scenario's:
- Naast wereldwijde temperatuurstijging, houden de modellen ook rekening met mogelijke veranderingen in luchtstromingspatronen.
- De scenario's zijn gebaseerd op een groot aantal klimaatmodellen in plaats van een beperkt aantal.
- Het lage WB21 scenario (+0,5°C) is vervallen. De waargenomen temperatuurstijging sinds 1990 zijn zo sterk, dat dit scenario onwaarschijnlijk is.
- De temperatuurstijging in Nederland is in de KNMI'06-scenario's groter dan de wereldwijde temperatuurstijging. Dat geldt met name voor G+ en W+.
- De hevige neerslag in de winter neemt minder toe dan in de WB21-scenario's.
- De WB21-scenario's hielden rekening met een gemiddelde bodemdaling voor Nederland. De waargenomen bodemdaling varieerde echter sterk per locatie, waardoor dit weinig relevant is.
Verandering in intensiteit en frequentie van extremen?
Bij klimaatverandering wordt vrij algemeen aangenomen dat de frequentie én intensiteit van extremen zal toenemen. Dat is niet in alle gevallen waar. Het aantal stormen in Nederland is de afgelopen veertig jaar bijvoorbeeld afgenomen. Dit lijkt vooral toe te schrijven aan de natuurlijke variatie.
Hoogste daggemiddelde windsnelheid in De Bilt tussen 1962 en 2005, en de vier klimaatscenario's (gekleurde lijnen). De dikke zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de waarnemingen. De grijze band illustreert de jaarlijkse variatie die is afgeleid uit de waarnemingen. (Bron: KNMI)
In alle KNMI'06-scenario's neemt de intensiteit van extreme buien toe, zowel in de zomer als in de winter. Maar in de G+ en W+ scenario's neemt het aantal dagen met regen in de zomer aanzienlijk af, waardoor de frequentie van deze extreme buien niet veel zal veranderen.
Verwante informatie
- WB21-klimaatscenario's




