Glastuinbouw

Glastuinbouw

Inhoud pagina: Glastuinbouw

Nederland telt ongeveer 6.500 glastuinbouwbedrijven (2010) met een gezamenlijke omvang van 10.000 hectare. Op de meeste bedrijven en het grootste deel van het areaal bedrijft men sierteelt (bloemen en potplanten). De groenteteelt vindt plaats op een kleiner aantal bedrijven met een kleiner totaal areaal. De meeste sierteeltbedrijven telen de gewassen in de grond, terwijl het grootste deel van de groentegewassen op substraat groeit. In de substraatteelt staat de plant met zijn wortels in een mat van steenwol die regelmatig water met voedingsstoffen krijgt. Het overtollige water druppelt uit de mat en wordt op de meeste bedrijven opgevangen en opnieuw gebruikt.

 glastuinbouw

Emissieroutes naar het water

De teelten in de glastuinbouw zijn intensief en de productie is daardoor hoog. Dat is alleen mogelijk door moderne technieken en de inzet van veel energie, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Voor het water zijn vooral de lozingen van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen een probleem. Informatie over de toestand van het oppervlaktewater is te vinden bij ‘Water in beeld'.

Emissie hangt af van stof en teeltwijze

De verontreinigingen komen op verschillende manieren in het water terecht, afhankelijk van de stof en de manier van telen.
In de grondteelten kunnen meststoffen uitspoelen via de bodem en het drainagesysteem. De substraatteelten gebruiken vaak een groot deel van het water opnieuw. Omdat het water na een aantal keren hergebruik langzaam vervuilt (vooral met zouten), moet de teler toch geregeld lozen. Daardoor worden ook vanuit de substraatteelt meststoffen en bestrijdingsmiddelen, die in het gietwater worden meegedruppeld, geloosd. De frequentie van het zogenaamde 'spuien' verschilt sterk per teelt en teler. Bij sommige - vaak oudere - substraatbedrijven vangt men het overtollige gietwater niet in een opvangsysteem op, maar loopt het water eerst de bodem in waarna het weer wordt opgepompt (recirculatie via de bodem). Hier kan ook water (met meststoffen en bestrijdingsmiddelen) via de bodem uitspoelen.
Grondtelers kunnen dit soort lozingen beperken door gietwater te gebruiken waarin nauwelijks zout zit. Het is dan niet nodig om de bodem vaak schoon te spoelen.

Gewasbeschermingsmiddelen

Gewasbeschermingsmiddelen kunnen via de lucht, via condenswater en via afspoelend regenwater in het oppervlaktewater terechtkomen. Deze lozingen kan de teler beperken door gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken die weinig verdampen en door er voor te zorgen dat er geen condens- en regenwater in de sloot terechtkomt. In de afgelopen jaren hebben tuinders steeds meer manieren gevonden om zonder gewasbeschermingsmiddelen te werken. Op internet is inmiddels veel informatie te vinden over biologische bestrijding. Vooral in de groenteteelt zijn hier goede resultaten mee bereikt. Voor de sierteelt is het vaak moeilijker om zonder gewasbeschermingsmiddelen te werken; niet alleen de bloem maar de hele plant moet er goed uit zien, en voor de export mag er geen enkel insect op de planten aanwezig zijn. De eisen voor de groenteteelt zijn wat minder streng; het is bijvoorbeeld niet zo erg als de tomatenplant wat plekjes heeft, zolang de tomaten maar mooi zijn.

Regelgeving

Op 1 april 2002 is het Besluit glastuinbouw in werking getreden. Dit besluit is in de plaats gekomen van het Lozingenbesluit Wvo glastuinbouw en het Besluit en tuinbouwbedrijven met bedekte teelt milieubeheer. Bovendien is dit besluit voor een groot deel gebaseerd op het convenant glastuinbouw dat het bedrijfsleven en de overheid in 1997 hebben gesloten. Het Besluit glastuinbouw is het eerste besluit waarin zowel voorschriften gebaseerd op de Wet milieubeheer als op de Waterwet zijn opgenomen.

Op het ogenblik wordt gewerkt aan het samenvoegen van een aantal agrarische besluiten, waaronder het Besluit glastuinbouw. De samengevoegde agrarische regelgeving zal worden opgenomen in het al bestaande Activiteitenbesluit. Het geïntegreerde Activiteitenbesluit zal naar verwachting 1 juli 2012 in werkingtreden. Tot die tijd blijft huidige Besluit glastuinbouw van kracht.

Handhaving

Om een goede handhaving van het Besluit glastuinbouw te stimuleren is een Handhavings- en uitvoeringsmethode (HUM) opgesteld. Deze HUM bevat aanbevelingen voor een eenduidige, consequente en adequate uitvoering en handhaving van het besluit door de verschillende bevoegde gezagen en overige handhavende instanties. Handhaving betreft enerzijds het toezicht (controle) op de naleving van de voorschriften en anderzijds de opsporing van overtredingen.
Specifieke informatie over strafrechtelijke handhaving is te krijgen bij het landelijke expertisecentrum milieu van het Openbaar Ministerie in Den Haag of bij de verschillende arrondissementsparketten. Informatie over emissies naar andere milieucompartimenten dan water is te vinden op de website van Infomil. Op de site van Infomil is tevens het interactieve meldingenformulier beschikbaar.

Emissieregistratie

Door het Waterschap Brabantse Delta is een stappenkaart gemaakt voor de registratie van meststoffen bij tuinders. Op deze Stappenkaart emissieregistratie leest u in één oogopslag wat u moet doen om op een juiste manier de hoeveelheid en samenstelling van het te lozen drain-, spui- of drainagewater van uw bedrijf te meten. Bedrijven die in de grond telen, moeten het drainagewater meten, en bedrijven die op substraat telen meten het geloosde drainwater ( spuiwater). Deze stappenkaart en de bijbehorende brief  zijn te vinden in de kolom rechts op deze pagina.

 

Helpdesk Water