Zwemwaterbeheer
Vanaf 2006 is een nieuwe Europese zwemwaterrichtlijn van kracht. Deze heeft betrekking op alle zwemwaterlocaties. In Nederland zijn er ongeveer 650.
De Europese Zwemwaterrichtlijn gaat uit van vier kwaliteitsklassen: ‘uitstekend’, ‘goed’, ‘aanvaardbaar’ en ‘slecht’. Volgens de richtlijn moeten in 2015 alle officiële zwemwaterlocaties in ieder geval 'aanvaardbaar’ zijn (resultaatsverplichting).
Maar dat niet alleen, de richtlijn gaat er van uit dat lidstaten vervolgens hun best doen om alle locaties ‘goed tot uitstekend’ te maken (inspanningsverplichting).
Aanwijzen zwemwaterlocaties
De provincie heeft de taak om zwemwaterlocaties aan te wijzen (en, zo nodig, af te voeren). Aanwijzing gebeurt elk voorjaar opnieuw. De provincies stellen de lijst met aangewezen zwemwaterlocaties op. Het is de taak van de provincie het publiek te voorzien van algemene en actuele informatie over zwemwater. Dit houdt in: voorlichting over de provinciale zwemwateren én relevante informatie op de locatie zelf. Logischerwijs is het ook de provincie die, naar aanleiding van ontvangen waterkwaliteitsgegevens, een negatief zwemadvies afgeeft of een zwemverbod afkondigt.
Zwemwaterkwaliteit
Door de waterbeheerder van een zwemwaterlocatie wordt de zwemwaterkwaliteit gemonitort gedurende het badseizoen van 1 mei tot 1 oktober. Tijdens en na afloop van het badseizoen worden waterkwaliteitsgegevens aan de provincie gerapporteerd. Er zijn in Nederland ongeveer 650 officiële zwemwaterlocaties hiervan liggen er 220 in Rijkswateren. Rijkswaterstaat verzorgt hier het waterkwaliteitsbeheer.



